Auteur: Imke Brolsma

Tweeling François en Thierry Wildbergh

Fijnlander Leonie ervaart pure nostalgie tijdens een gesprek met twee oud-klasgenoten uit haar Beekvliettijd. Voor het reünistenblad Tempora Nostra, in de eindejaarsuitgave 2025 van Gymnasium Beekvliet, schreef zij over hoe het nu gaat met de tweeling Wildbergh. De legendarische ‘enfants terribles’ van toen. In dit openhartige gesprek kijkt Leonie met hen terug op hun schooljaren én vooruit naar het leven dat zij daarna hebben opgebouwd.

Enfants Terribles

Respectievelijk François – Thierry: de haarlok naar links – de haarlok naar rechts. Getrouwd – volgend jaar in het huwelijksbootje. In de vijfde blijven zitten – de derde nog eens overgedaan. Brede lach boven een kort baardje – brede lach boven een kort baardje. Lid – voorzitter van la Commanderie de Bordeaux. De sport golf – de sport golf. En zie ik ze nu ook in hetzelfde automerk wegrijden na ons gesprek? De tweeling Wildbergh. Als je het mij vraagt de leukste ‘enfants terribles’ van de tachtiger jaren vorige eeuw op Beekvliet. Trouwens, niet de leuksten als je het sommige leraren nog zou kunnen vragen :). Hoe staat het nou met deze twee donderjagers van het eerste uur?

Tweelingding

Thierry, de eerstgeborene, stormt voorop, een stuiterbal, zet de boel in beweging en gaat – als het moet – dwars door muren. Dominanter dan zijn broer, directer. François kijkt, weegt, lacht, haakt in en bouwt rustig door. Zo waren ze als middelbare scholieren, en zo zijn ze eigenlijk nog steeds.

Het zijn twee handen op één buik. “Toch altijd dat wedstrijdje wie de meeste negens had op school,” lachen ze. Een tweelingding, die strijd om wie de beste is, een competitie als brandstof en als bindmiddel. Want als je de beste wilt zijn, sleep je de ander ook mee naar een hoger niveau. En zo halen ze het beste in elkaar naar boven.

‘Beekvliet leerde ons vrij te denken en je eigen mening te uiten’

Op Beekvliet voelden ze zich thuis: intiem, hecht, met leraren en medescholieren die je kende – en die jóu kenden. Ze spreken er nog steeds over met fonkelende ogen. “Iedereen mag weten dat dit het beste gymnasium van Nederland is”, zeggen ze trots. Op de lagere school was er weinig tolerantie en begrip voor het feit dat ze een Franse moeder hadden; dat was op Beekvliet wel anders. Daar troffen ze klasgenoten met wie ze écht konden praten. “We hebben niet op het VWO of op een gymnasium gezeten; we hebben op Béékvliet gezeten”, roepen ze in koor. Wat Beekvliet hen gaf? “Het vrije denken, getriggerd worden om na te denken en in discussie durven te gaan. Je eigen mening vormen en verwoorden. Ook openstaan voor en luisteren naar de argumenten van anderen.”

Thuis werd die scherpslijperij gecultiveerd. Thierry: “We hadden echt wel een hele eigen mening. We werden altijd uitgedaagd om zelf na te denken. Thuis gold: wie onzin verkoopt, wordt finaal afgemaakt en vakkundig door de mangel gehaald. Daar kwam je niet mee weg. Keihard, maar wij vonden dat geen probleem. Saai was het nooit.”

Geen modelleerlingen

Hoe enthousiast over Beekvliet dan ook, de twee waren allerminst modelleerlingen en ze dreven menig leraar soms tot wanhoop. Thierry werd er tijdens zijn allereerste les op Beekvliet, dat was muziek, al bijna uitgestuurd. Hij mocht blijven omdat leraar Wetten nog nooit iemand er de eerste les had uitgezet. Gymleraar Smolders had daar minder moeite mee. Hij wees Thierry tijdens zijn allereerste gymles meteen de deur. De toon was gezet.

Discussie over Franse taal

Ze vertellen smakelijk over leraren die rood konden aanlopen. Over een Duitse klas waarin “Otto! Otto!” (een Duitse komiek, red.) werd gescandeerd. Over de docent Frans met wie het clashte – zij wilde woordjes laten stampen, terwijl de twee stof gaven tot discussie over de Franse taal, hun tweede moedertaal. En ze vonden haar uitspraak maar niks. Dat heeft ze geweten. “En dan Ditvoorst van Latijn en Grieks. Dat was één van de weinigen die ons onder controle kon houden. Hij keek je aan en je werd klein, dan hield je gewoon je mond dicht”, herinneren ze zich. En ook de scherpe opmerkingen die ze terugkregen van leraar Nederlands Princée. Heerlijk vonden ze dat.

Met flair

Zes dagen per week hockeyen, basketballen op school en ‘thuis echt helemáál niks doen’ was geen gouden combinatie voor hoge cijfers. Gevolg: Thierry bleef in de derde zitten, François in de vijfde. En toch: wat ze moesten halen, haalden ze. Soms met twee vingers in de neus, soms met de flair van jongens die wisten dat ze slim genoeg waren om met lesstof en toetsen te jongleren. Precies op het juiste moment net voldoende presteren en je over de rest niet zo druk maken.

Bordeaux-wijn

De Franse lijn loopt als een rode draad door hun leven. Met hun Franse moeder spreken ze nog altijd haar moedertaal; François’ kinderen heten Cédric en Amélie en hij praat consequent Frans tegen zijn tien maanden oude kleindochter Noé. Hun liefde voor de Franse wijn kreeg een officiële status: Thierry is Grand Maître (voorzitter) bij la Commanderie de Bordeaux in Nederland; François is sinds een jaar lid en wordt volgend jaar bestuurslid van deze internationale club van liefhebbers en professionals die de wijnen van Bordeaux over de hele wereld promoten. Waarvan trouwens ook oud-Beekvlieter Marc Vijgen bestuurslid is.

De sprint…

Na Beekvliet gaat Thierry exact doen wat hij als kind al riep: geneeskunde. Hij wil hartchirurg worden en gaat daarvoor naar de Universiteit van Maastricht. Een nieuw avontuur. Het schoolhoofd dat hem ooit toebeet dat hij het “nooit zou redden op de universiteit”, kwam later Thierry’s vader tegen: propedeuse in tien maanden. BAM. Drieënhalf jaar doctoraal, toen de co-schappen en vervolgens een jaar als hartchirurg aan de operatietafel.

“Dat vond ik echt geweldig. Maar ik merkte: voor alle problemen vóór en ná de operatie, moest je de cardioloog bellen, de slimmerik. Reden om de opleiding tot cardioloog te volgen. Ik ben in 2004 bij het Meander Medisch Centrum in Amersfoort als interventiecardioloog aan de slag gegaan: een cardioloog die is gespecialiseerd in het uitvoeren van ingrepen aan het hart en de bloedvaten. Waarbij ik me ook bezighoud met dotteren, ECHO’s en pacemakers. Life’s been good to me,” zegt Thierry.

… en de marathon

François kiest een kronkelpad dat verrassend recht blijkt uit te komen. Rechten in Groningen (en later Utrecht, hij deed drie jaar over zijn propedeuse) blijkt te taai en niet zijn wereld. Wat wel past, is wijn. Samen met compagnons start hij De Wijnreiziger. Een wijnimportbedrijf dat, nog ver vóór de e-commercegolf als een soort webshop avant la lettre, via faxen bestellingen binnen ziet stromen.

Hij blikt terug: “Dat was geen stabiele basis voor het gezin dat ik wilde stichten nadat ik ‘mijn Gilène’ ontmoette. Met het oog op de toekomst koos ik voor een vaste baan als customer service (begeleiden/invoeren van klantenorders). Eerst als medewerker, later leidinggevend aan medewerkers. Ondertussen ontwikkelde ik een interesse voor de supply chain. Dus ging ik voor de logistieke sector in de customer service werken.”

François werkte zich al werkend op. En ontdekte zo zijn ware talent: het op orde krijgen van de processen van bedrijfsvoering en het opzetten van verbeterprocessen daarvoor. Inmiddels werkt hij als Global Performance Manager bij wereldspeler DSV Transport en Logistiek en zit daar helemaal op zijn plek. Een baan waarvoor hij regelmatig over de hele wereld reist.

Openhartig

De twee zitten goed in hun vel. Maar begin 2022 was dat even anders toen François een hartaanval kreeg. Hij vertelt openhartig over deze spannende periode: “Op de trap kreeg ik tintelingen in mijn rechterarm, druk op mijn borst, ik begon te zweten, werd misselijk en kortademig. Mijn vrouw belde 112, ik moest meteen met de ambulance naar het ziekenhuis. Daar ben ik gedotterd en kreeg 3 stents; later nog 4 stents erbij om de laatste zwakke plekken te versterken. Na een paar weken begon de revalidatie. Aanvankelijk was het raar om mijn lijf weer te belasten, ik had weinig vertrouwen en was onzeker. Maar voor mijn gevoel ben ik nu weer helemaal de oude. Wel 20 kilo minder François. Ik eet en drink minder, maar wat ik eet en drink is van hogere kwaliteit. Ik heb veel steun gehad van mijn gezin, familie en vrienden. Ik zie het nu als een stevige waarschuwing dat ik kwetsbaar ben. En als een kans om mezelf goed te verzorgen.”

Thierry de broer: “Het is een mythe dat tweelingen alles van elkaar aanvoelen. Ik heb nooit iets aan zien of voelen komen, ook niet toen François zijn arm had gebroken.” Thierry de cardioloog: “Ik dacht in eerste instantie dat het om een ontstoken hartzakje ging omdat we dat vaak zagen in de coronatijd. Maar nee, het was een infarct. Ik ken een cardioloog uit zijn ziekenhuis en heb hem geadviseerd om bij die man onder controle te gaan, welke vragen te stellen en welke medicatie voor te stellen. Natuurlijk heb ik van een afstand zijn herstel in de gaten gehouden. Gelukkig verliep dat volgens verwachting.”

Dromen en avonturen

Reizen maken (François), volgend jaar trouwen (Thierry): de heren hebben nog voldoende dromen en avonturen voor de boeg. Het mooiste aan dit tweeluik is misschien dit: hun verhaal gaat minder over prestaties dan over karakter. Ja, de één werd cardioloog, de ander wereldwijde verbeterman in de logistiek. Maar de onderstroom is dezelfde: vrij denken, spreken met lef, luisteren met aandacht. Beekvliet gaf ze de woorden; thuis kregen ze de scherpte; Frankrijk gaf smaak en couleur locale.

Samen waren en blijven ze een sterke twee-eenheid! We eindigen dit leuke gesprek gezamenlijk met de eerste zin van het Beekvlietlied: Béékvliet hou stroom, Beekvliet hou stroom. Tata-da-da-tata-dada.

Civan Corches denkt mee over het OV

Leonie interviewde voor de website van het Reizigersoverleg Brabant (ROB) een nieuw lid van de ROB-werkgroep: Civan Corches. Als je met hem praat, hoor je meteen twee dingen: fascinatie voor het OV en een scherpe blik op wat beter kan. “Ik heb al lang het gevoel: het busvervoer in Eindhoven kán en móét slimmer,” zegt hij. Nu krijgen zijn ideeën en mening een stem. 

Van Istanbul naar Eindhoven

Civan (21 jaar) is geboren in Istanbul en groeide daar op tot zijn dertiende. Toen verhuisde hij met zijn ouders naar Eindhoven. “Mijn fascinatie voor het OV begon al op jonge leeftijd in Istanbul. Daar zijn ze altijd bezig om nieuwe metrolijnen te bouwen”, vertelt hij. En dat zette iets ‘aan’ bij hem.  “Eenmaal in Nederland vond hij de NS-treinen geweldig. En in Eindhoven stond hij versteld van elektrische bussen, verhoogde perrons en reisinformatie bij de bushaltes. Zo anders dan in Istanbul, waar ze op dat gebied echt nog achter lopen.” Inmiddels ziet Civan ook verbeterpunten voor het OV in onder meer Eindhoven en Helmond. En hij wil graag dat zijn ideeën worden gehoord en dat er iets mee wordt gedaan.

Lokale politiek? Even overwogen. Een petitie indienen bij de gemeente? Ook aan gedacht. Maar toen Civan op het internet Reizigersoverleg Brabant (ROB) ontdekte, klikte er iets. “Ik heb niet de tijd om in Nederland de lokale politiek in te gaan, maar via ROB kan ik wél direct bijdragen aan beter OV. Na een kennismakingsgesprek mocht ik aansluiten bij de werkgroep Zuidoost-Brabant.”

Werkgroep Zuidoost-Brabant 

Lokale politiek? Even overwogen. Een petitie indienen bij de gemeente? Ook aan gedacht. Maar toen Civan op het internet Reizigersoverleg Brabant (ROB) ontdekte, klikte er iets. “Ik heb niet de tijd om in Nederland de lokale politiek in te gaan, maar via ROB kan ik wél direct bijdragen aan beter OV. Na een kennismakingsgesprek mocht ik aansluiten bij de werkgroep Zuidoost-Brabant.” 

Impact 

“Dat we goede ideeën misschien kunnen uitproberen”, hoopt hij. Civan wil impact maken: “Ik wil niet een persoon zijn die allerlei meningen heeft, maar daar niets mee doet. Daarnaast wil ik ervaring opdoen over hoe het OV precies functioneert in Brabant. Al doende leer ik hoe de verantwoordelijkheden liggen. Gemeenten adviseren, de provincie is concessieverlener, en de vervoerder moet het doen. Dat inzicht helpt om voorstellen via ROB op de juiste plek te krijgen.” 

Verbeterpunten 

“Goede netwerken, logische routes, duidelijke informatie. En vooral: betrouwbaarheid en goede frequentie.” Daar staat Civan voor. Voor Eindhoven ziet hij twee grote verbeterpunten: de netwerkstructuur en de frequentie/dienstregeling. “Te vaak eindigt alles bij het station en houdt het daar op. En te vaak komt de bus net niet vaak genoeg.” Hij heeft het als busreiziger dikwijls genoeg meegemaakt dat er geen goede aansluiting bij bussen naar het station in Eindhoven was. Of dat de bus net voor zijn neus weg reed.

Geïnspireerd door Gent 

Civan wijst als inspiratie naar Gent. Een stad die ongeveer even groot is als Eindhoven, maar met een slimmere bus- (en tram)logica. “In Gent heb je niet alleen lijnen die op het station eindigen. Je hebt lijnen die dóór het centrum gaan, lijnen die rond het centrum draaien, en lijnen die van de ene stadsrand naar de andere lopen. Binnen de stad bundelen ze veel ritten op een paar drukke corridors. Daardoor is de frequentie hoog, vaak elke 10 à 15 minuten overdag, en splitst het pas verderop uit naar de buitenwijken. Het station is een knooppunt, géén eindpunt.” 

Grafisch ontwerper 

In Eindhoven volgde hij het vwo en nu studeert Civan voor grafisch ontwerper aan de AP Hogeschool in Antwerpen, waar hij ook woont. In de vakanties en elke paar weken in het weekeinde pakt hij de FlixBus richting zijn ouders in Tongere (stadsdeel van Eindhoven). “Ik heb altijd interesse gehad voor huisstijl en dan specifiek huisstijlen van vervoersbedrijven. Dus ook hoe de bussen, halteborden, netwerkkaarten en tabellen eruit zien en welke typografie ze gebruiken. Ik was bij de studies stedenbouwkunde of verkeerskunde/mobiliteitswetenschappen bang dat er teveel wiskunde in zit. Daar ben ik geen fan van. Wél van hoe een OV-netwerk oogt én werkt.”

Warm welkom

Dus daar zet Civan zich de komende tijd voor in: via zijn studie én via de werkgroep. Zuidoost-Brabant verwelkomt Civan en benoemt dat hij energie, ervaringskennis en een helder verhaal met zich meebrengt.

De drijfveer van OV-juf Marian van Hal

Fijnlander Leonie ging namens het Reizigersoverleg Brabant (ROB) in gesprek met Marian, OV-gids sinds 2010. In die rol heeft zij onlangs haar laatste praktijkbijeenkomst gedraaid. Leonie sprak met haar over waarom zij bij het Reizigersoverleg Brabant is gaan werken, waarom het nu tijd is om te gaan en wat haar de afgelopen 15 jaar heeft gemotiveerd.

Dank je wel Marian, dat je zo open met mij in gesprek ging.

Gym-juf

Marian is geboren in Eindhoven. Ze koos als opleiding voor de Academie voor Lichamelijke opvoeding omdat ze gymjuf wilde worden. Haar eindscriptie ging onder meer over een zwaar spastisch jongetje waarmee ze elke vrijdagmiddag zwom. En ze ging ook gymles geven, bij de Binckhorst in Rosmalen, aan jongens met een verstandelijke beperking. Om, na 15 jaar voor haar twee kinderen te hebben gezorgd, bij De Steffenberg in Vught als activiteitenbegeleider te werken. 

Paplepel ingegoten 

 “Mijn moeder heeft bij mij het zaadje geplant om interesse te hebben voor mensen die het minder hebben. De behoefte om voor hen te zorgen, is met de paplepel ingegoten. Ook bij mijn broer, die is in de jeugdzorg gegaan”, vertelt ze. 

OV-specialist 

“Ik kende ROB al via mijn werk bij het Brabants Centrum voor Gehandicaptenbeleid in Tilburg. Als medewerker POG (Provinciaal Overleg Gehandicapten, red.) zat ik af en toe met jullie en andere belangenorganisaties om tafel om de belangen van gehandicapten in het OV te behartigen. Openbaar vervoer was een soort van specialiteit van mij. Leerlingenvervoer, deeltaxi… Ik heb me daar flink in verdiept en weet er veel van.”  

Voor de groep staan 

Ook al stapte ze in 2006 over naar een andere baan bij de CG-raad voor chronisch zieken en gehandicapten in Utrecht, ROB is nooit helemaal uit haar blikveld verdwenen. Toen ze in 2010 met pensioen ging, waren de contacten dan ook snel weer aangehaald. “Ze vroegen me als OV-gids voor ouderen. Een logische stap voor mij, met al die OV-kennis in huis en omdat ik het heel leuk vind om een verhaal te vertellen aan een groep mensen”, licht de juf in hart en nieren haar keuze toe. 

Op weg helpen 

Nu kijkt ze met een grote lach op haar gezicht terug op 15 jaar OV-gids zijn. “Je leert mensen niet alleen om met de bus te gaan, maar je doet ook iets tegen vereenzaming. Er ontstaat sociale interactie als je gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Dat vind ik eigenlijk het allerbelangrijkste aan deze functie: mensen letterlijk en figuurlijk op weg helpen. Daarnaast heb ik ook een ideëel motief om mensen te leren het OV te gebruiken: de bus rijdt toch, dus als je meerijdt, dan spaar je het milieu.” 

Marian zat bij de eerste lichting OV-gidsen en heeft bijgedragen aan de doorontwikkeling van deze vrijwilligersfunctie. Door mee te denken en mee te doen, door de theorie aan de praktijk te koppelen en vooral door haar niet-aflatende enthousiasme om anderen te helpen.  

Voldoening

“Het geeft me veel voldoening. Zo was ik een keer bij het ziekenhuis in Bergen op Zoom. We spraken daar mensen die niet mobiel waren aan over de mogelijkheden van reizen met de bus. Toen kwam er een mevrouw naar me toe die vertelde dat haar moeder in Groningen woonde en dat ze daar graag naartoe wilde. Ze wist niet dat ze met de scootmobiel kon treinreizen.

We hebben toen samen uitgezocht hoe ze dat moest aanvragen. Of die drie vrouwen die elkaar niet kenden en dezelfde praktijkbijeenkomst bezochten. De bus was een openbaring voor ze. Ze spraken af om de week erop met zijn drietjes met de bus naar de markt in een dorp verderop te gaan. Geweldig toch?” 

Alles via internet 

Dat je in de bus moet inchecken én uitchecken, ook al stap je alleen maar over. De hele abonnementenstructuur. Hoe je iets moet aanvragen. Dat het tegenwoordig allemaal via internet gaat: Marian ziet nog meer dan voldoende redenen om ouderen via theorie en praktijk te leren hoe ze het OV kunnen gebruiken. En toch heeft ze haar laatste praktijkbijeenkomst dit jaar achter de rug en stopt de OV-juf met OV-gids zijn.  

Tijd om te gaan 

“Er is een tijd van komen. En er is een tijd van gaan. Ik vind zelf dat ik niet meer genoeg ‘bij’ ben, over de datum (ze lacht hard, red.). Lange tijd was het allemaal gesneden koek voor me. Maar dat is het niet meer. Ik krijg de nieuwe ontwikkelingen, zoals OVpay, niet goed meer in mijn verhaal geïntegreerd.  Wat ook speelt: ik ben nu 74 jaar, het is goed om plaats te maken voor andere mensen die ook weer nieuwe ideeën hebben. Mijn tip voor de OV-gidsen na mij: breng de boodschap enthousiast over en luister goed naar mensen.” 

Hartelijk dank Marian 

Stilzitten? Ho maar. We spraken haar op de vooravond van een fietsvakantie. Na terugkomst gaat ze als begeleider weer mee met de seniorenbus in Vught. En met de bushalte letterlijk om de hoek zullen we Marian en haar man nog dikwijls in het OV onderweg zien. Hartelijk dank Marian, voor je enthousiaste inzet als ROB-OV-gids. 

Lisanne van Giessen versterkt team Jeugd

Een energieke ontmoeting tussen Fijnlander Leonie en de nieuwe beleidsmedewerker Jeugd bij de gemeente Gorinchem. Met haar tomeloze inzet, georganiseerde aanpak en betrokkenheid weet Lisanne alles soepel te laten verlopen. Van harte gefeliciteerd met haar nieuwe rol binnen Jeugd. Ons fijne gesprek is een artikel waard in de nieuwsbrief van het sociaal domein van de Gemeente Gorinchem én bij Fijnland.

Watterrat met vleugels

Ze is pas 25 lentes jong, maar wie wel eens met Lisanne van Giessen heeft samengewerkt weet: deze kanjer weet van aan- en doorpakken. Ze regelt dit en organiseert dat, e-mailt tussendoor die, appt met een ander en spreekt tegelijkertijd een derde. Met veel schoteltjes in de lucht vliegt ze van hier naar daar en weet toch de rust te bewaken in het ISV-team. Ze draagt haar ambities en betrokkenheid met anderen met een ontwapenende bescheidenheid. Vanaf 1 juni is ze binnen de gemeente Gorinchem verhuisd naar Jeugd.

Een stabiele basis

Lisanne werd geboren in 1999 in het ziekenhuis van ’s-Hertogenbosch. Ze groeide op in Wijk en Aalburg. “Ik ben een geboren Bosschenaar”, zegt deze Brabantse trots. Samen met haar ouders en haar twee jaar jongere zusje had ze een stabiel thuis. “Mijn ouders waren altijd betrokken en beschermend maar niet streng. We kwamen niets tekort – niet qua spullen, maar vooral niet qua aandacht.” Nu ze ouder wordt, beseft ze steeds meer hoeveel die opvoeding haar gevormd heeft. “Mijn ouders hadden nooit ruzie, waren altijd vriendelijk en dienstbaar. Dat draag ik echt met me mee. Dat zijn voor mij belangrijke waarden: zorgen voor elkaar, zonder oordeel.

Met iedereen opschieten

Als kind was Lisanne geen stereotype met poppen spelend meisje-meisje, maar ook geen uitgesproken stoere meid. “Mijn zusje liep rond in jurkjes, ik zocht met de buurjongen naar kikkers. Ik las graag, speelde buiten en had een brede vriendengroep. Ik kon met iedereen opschieten – dat is eigenlijk altijd zo gebleven.”

Grootste passie

Zwemmen is haar grootste passie. Maakt niet uit, borstcrawl, vlinderslag, op de rug…. Waterrat Lisanne kan, wil en doet het allemaal, op verschillende afstanden. Die passie kwam niet uit de lucht vallen: haar opa richtte zwemvereniging ZVDO ’74 op en haar moeder gaf er zwemtraining. Lisanne dook zelf na het behalen van haar diploma A direct het wedstrijdbad in. Ze was toen zes jaar. 

Hoofd leeg

“Vier keer per week mijn eigen trainingen, de trainingen die ik aan anderen geef en elke week wedstrijdzwemmen: bij elkaar ben ik zo’n twintig uur per week met zwemmen bezig. Het is echt een deel van wie ik ben. Ik vind het heerlijk onder water. Als ik zwem, dan denk ik echt helemaal aan niks. Mijn hoofd raakt leeg. Inmiddels zit ik ook in de activiteitencommissie van de club, maak trainingsschema’s en doe aan waterpolo.”

Doorzettingsvermogen

Lisanne heeft van kinds af aan doorzettingsvermogen. Dat kwam al van pas op school. “Ik had veel discipline. Fietste vier jaar lang dagelijks 18 kilometer naar de middelbare school en terug naar huis. Naast het sporten leerde ik ook graag.” Die combinatie van kenmerken gaf haar vleugels. Ze rondde het vwo af en koos voor de studie Gezondheid & Maatschappij aan Wageningen University. Een brede opleiding, precies wat haar toen paste. “We bekeken gezondheid vanuit allerlei invalshoeken: voeding, milieu, psychologie, sociologie. Dat vond ik boeiend – ik wilde het hele plaatje snappen.”

In Utrecht volgde ze haar master Youth Studies. Daar werd haar fascinatie voor jongeren versterkt. “Mijn zusje en ik groeiden op in hetzelfde gezin, maar we maakten totaal andere keuzes. Dat intrigeerde me: hoe werkt beïnvloeding van buitenaf? Waarom ontwikkelt iemand zich zoals hij of zij doet? Die vragen intrigeren me.”

Als een vis in het water

Via een zwemvriend belandde Lisanne bij de gemeente Gorinchem voor haar stage. Na de afronding van haar Master kon ze bij de gemeente meteen aan de bak als invaller van collega Wieteke Ridderhof. “Ik wist niet precies hoe alles werkte, maar kreeg veel hulp van collega’s en leerde razendsnel.” Toen haar huidige functie beleidsmedewerker sociaal domein vrij kwam in het team Samenleving, greep ze haar kans. “Ik voel me in Gorinchem als een vis in het water. De sfeer, de samenwerking, het vertrouwen. Het past bij me.” Ze werkte nauw samen met collega’s en bouwde aan relaties met externe partners. Nu, ruim drie jaar later, zet ze weer een stap vooruit als beleidsmedewerker Jeugd.

Preventie belangrijk

“Ik blijf binnen het team Samenleving, dus veel contacten blijven gewoon bestaan. Maar nu ga ik me echt richten op de jeugdzorg: zorgen dat kinderen hulp krijgen die dichtbij is, snel beschikbaar is en dat dan het liefst zo vroeg mogelijk.” Ze wil de verbinding versterken tussen jeugdzorg, onderwijs en gemeenten. “Ik heb tijdens mijn studie geleerd hoe belangrijk preventie is – en dat blijft mijn drijfveer. Problemen vóór zijn, door samen te werken met scholen, ouders en hulpverleners.”

Korte lijntjes

Dankzij haar huidige werk bij de gemeente kent ze al veel partners. “Dat helpt enorm. De lijntjes zijn kort, het vertrouwen is er al. En ik weet hoe belangrijk het is dat we als professionals goed samenwerken. Het is goed dat iedereen investeert in ‘z’n eigen verhaal’, maar het is ook belangrijk om met elkaar verder te kijken. Samen weet je gewoon meer en kun je meer bereiken. Dat begint al met elkaar op de hoogte te houden waar je mee bezig bent. ”

Blijft zichtbaar

In haar nieuwe rol blijft ze voor de ISV-partners zichtbaar: op ISV-bijeenkomsten, tijdens overleggen met partners, op scholen en in het netwerk rondom Jeugd. Lisanne kijkt uit naar haar nieuwe rol. “Elk kind verdient een fijne plek om op te groeien. Zoals ik had. Dat is mij gegeven – en dat gun ik iedereen. Als ik daar, hoe klein ook, aan kan bijdragen, dan ben ik tevreden.”

Verbonden blijven

Tot slot: Lisanne woont samen met haar vriend Jan Willem – ook een zwemmer – in Babyloniënbroek. Ze houden onder meer van reizen met de camper, zoals naar Kroatië. Daar is zon, en zee, dus daar kunnen we ook… zwemmen”, lacht ze. “En hoewel ze een vol leven leidt, blijft ze tijd maken voor wat telt. “We proberen altijd samen te ontbijten of te eten, ook als het druk is. Die kleine dingen houden je verbonden.”

Sjef Kuijsters maakt moeilijke dingen makkelijk

Hij wil dat iedereen mee kan doen. Daarom helpt Sjef organisaties om hun taal en processen eenvoudiger te maken. Wat een bijzondere ontmoeting voor de nieuwsbrief die verschijnt vanuit het sociaal domein van de gemeente Gorinchem. Met zijn stichting Huh? Wat bedoelt u? laat hij zien wat mensen nodig hebben om iets goed te begrijpen.

Sjef kijkt, vraagt door en zoekt samen naar oplossingen die wél werken. Zo zorgt hij ervoor dat regels duidelijker worden en dat mensen niet vastlopen, maar juist vooruit kunnen.

Nieuwsgierige vogel Sjef staat voor duidelijkheid

Samengevat na een uur praten met elkaar: een nieuwsgierige vogel. Die van bovenaf alles overziend aanschouwt. En vervolgens van onderaf op basis van gewoon doen opbouwt. Een mereltje, zoals hij zelf zegt: “Een gewoon vogeltje dat gewoon z’n ding doet. En ineens opvalt als ie gaat fluiten. Dan denk je: ‘Hé, die merel zit er weer.’” Sjef Kuijsters. Oprichter van ‘Huh? Wat bedoelt u?’. Die van dat meldpunt voor onbegrijpelijke zaken. De samenwerkingspartner die staat voor duidelijkheid en eenvoud. In taal, in het proces, in alles.

Even voor de duidelijkheid: Huh? Wat bedoelt u? is een expertisecentrum met als doel om Nederland eenvoudig en toegankelijker te maken. Deze stichting helpt organisaties om samen te werken met inwoners, klanten, burgers, patiënten etc. Dat leidt tot participatie, toegankelijkheid en inclusie. De weg daarnaar toe is: eenvoud.

Samenwerking met Gorinchem

Sjef: “De gemeente Gorinchem had de nadrukkelijke wens om meer aandacht te hebben voor mensen die minder vaardig zijn. Dus moeite hebben met werken op de computer en lezen. En dat niet alleen bij die mensen neer te leggen, maar ook zelf te kijken hoe het duidelijker en eenvoudiger kan. Ik ben erg te spreken over de samenwerking die we zijn aangegaan. De connecties in het netwerk worden steeds sterker. We zoeken elkaar ook buiten de ISV-bijeenkomsten op. De lijntjes zijn kort. Lekker duidelijk.”

Nieuwsgierig

En daar houdt Sjef van. Van duidelijkheid, eenvoudig en helderheid. Hij is geboren in Raamsdonk, een dorpje vlakbij Breda. “Ik was altijd al nieuwsgierig. En heb moeite met dingen die in mijn ogen niet kloppen. Voorbeeld van dat laatste: vroeger hadden we 1 skelter op school. Iedereen wilde daar op. De sterksten wonnen altijd. Dat vond ik niet rechtvaardig. Die skelter zelf interesseerde me niet zo; wél dat iedereen erop kon. Iedereen een gelijke kans, dat was mijn ding.”

Aanschouwen-onderzoeken-doen

Hij vertelt ook dat hij als kind al veel om zich heen keek. Dat doet hij nog steeds, dat aanschouwen. Om te zien wat de dynamiek is, hoe de mensen met elkaar omgaan, wat de gewoonten en rituelen zijn, wat ieders positie is. Om vervolgens te gaan onderzoeken, bijvoorbeeld door vragen te stellen: ‘Je zegt dat je dit wilt, maar ik zie dat je precies het tegenovergestelde doet. Hoe kan dat? Leg me eens uit?’ Wat gaan we doen? En dan aan de slag met elkaar. Op een vrolijke manier.”

Geïnspireerd door vader

Daar heeft Sjef zijn beroep van gemaakt. Want zijn nieuwsgierigheid en gevoel voor rechtvaardigheid hebben geleid tot het opzetten van Huh? Wat bedoelt u? Alles wat hij gedaan had en wilde gaan doen, kwam samen in dat ene zinnetje. Hij wil bouwen aan iets moois, waar mensen blij van worden. Als afgestudeerd bestuurskundige (Erasmus/Rotterdam) deed hij veel onderzoek naar grote infrastructurele projecten en maatschappelijke uitdagingen. Geïnspireerd door zijn vader die staalconstructeur was en meebouwde aan de meest waanzinnige bouwwerken. “Zoals de staalconstructie van de overkapping van De Kuip en het enorme reuzenrad in de Engelse hoofdstad, Londen Eye”, vertelt Sjef trots.

Stem van kansarme mensen

Terug naar Huh: “Na tien jaar onderzoeken, ik was begin dertig, wilde ik wat ik allemaal had gezien inzetten om de wereld ook echt beter te maken. In plaats van aanbevelingen geven aanbevelingen uitvoeren. Om ervoor te zorgen dat de stem van kansarme mensen voor wie beleid wordt gemaakt, wordt gehoord. Met als startpunt dat wat zij niet begrijpen. En dat gaan verduidelijken, vereenvoudigen, versimpelen. En dat is af en toe nog best wel ingewikkeld.”

Huh is inmiddels uitgegroeid tot een beweging met een grote impact. Die de wereld begrijpelijker maakt. Zodat mensen weer kunnen (gaan) meedoen. Een bijzondere bijstand kunnen aanvragen. Of zich verbonden (gaan) voelen met hun omgeving. Zelf weet hij een beetje hoe dat is, je ‘verloren’ voelen, en buitengesloten. Het dorpse Raamsdonk verstikte hem, daar voelde hij zich altijd al anders.

Verloren voelen

Sjef: “Ik heb me moeten ontworstelen uit die dorpscultuur. Het eerste jaar in mijn vluchtoord Rotterdam was heel ingewikkeld. Daar was ik echt even de weg kwijt, en werd belachelijk gemaakt met dat Brabantse accent. Al de vertrouwde structuren waren weg, ik had geen houvast. Hoe werkt zo’n stad, hoe werkt zo’n universiteit, hoe werk ik eigenlijk? Via het lidmaatschap bij een studentenvereniging en door een rasechte Rotterdammer die me op sleeptouw nam, ging ik de stad meer begrijpen en me er thuis voelen.”

Hij gunt iedereen zijn eigen maatje die je de wegwijs maakt als je het niet begrijpt.  

PDF uploaden?

Sjef vertelt zichtbaar geraakt wat er allemaal fout kan gaan als de taal en de processen niet duidelijk zijn. Hoe mensen die niet digitaal vaardig zijn, of bijvoorbeeld geen bankrekening hebben, niet kunnen voldoen aan de voorwaarden die bijvoorbeeld een uitkerende instantie stelt. Simpelweg omdat de procedures te ingewikkeld kunnen zijn. Zoals het uploaden en doorsturen van een digitaal document zoals een PDF.

Eén Huh-momentje

Hij hoort veel van dat soort verhalen en vertelt trots: ”In Breda is het gelukt. Daar kan iedereen op welke manier dan ook zijn bankgegevens of zijn inkomensgegevens aanleveren. Of dat nou via een printscreen via Whatsapp is, een PDF die mensen aan de balie afgeven of tijdens een persoonlijke afspraak. Een geweldig resultaat dat begon met één Huh-momentje…”

Maarten Venhovens maakt verschil

Fijnlander Leonie ontmoet Maarten, fractieassistent stadsbelang bij de Gemeente Gorinchem. Zijn kernboodschap: “Blijf elkaar prikkelen en uitdagen, geef elkaar steeds een zetje. Dat hebben we nodig om dingen van de grond te krijgen.” Deze boodschap deelt hij tijdens zijn moment in het spotlicht. Maarten is een avonturier en sociaal betrokken. Hij zet zich in voor kwetsbare minderheden.

Respect

Midden in de Gorinchemse Maand van Respect en op de vooravond van de landelijke Week van Respect zegt Maarten Venhovens: “Respect is voor mij hetzelfde als gelijkwaardigheid. Het ouderwetse fatsoen hebben om naar elkaar te willen luisteren. Dat is soms ver te zoeken. De bekladding van de regenboogbankjes. Agressie tegen vrouwen. Dat we haten normaal zijn gaan vinden. We leven met elkaar in een samenleving en we hebben elkaar allemaal nodig. Stamppot of couscous? Het moet niet uitmaken.”

BAM!

Kijken we samen naar de wereld van vandaag, met de oorlogen en de verdeeldheid, adviseert Maarten: “Mensen moeten verplicht aan tafel met elkaar. Op zoek naar wat elkaar verbindt, in plaats van wat verdeelt. Ik zie het zonnetje nog schijnen in de mensen die opstaan en zeggen: “Dit accepteer ik niet. Zoals die man die tijdens de studentenprotesten in China voor de tank ging staan. Of die ene persoon midden op een grote groepsfoto die niet de Hitlergroet doet. Geen grote helden maar gewone mensen die zeggen ‘tot hier en niet verder’. 

Een echte buitenspeler

Maarten Venhovens, 40 jaar, inwoner van Gorinchem. Geboren in Voorburg. Zijn jonge jaren woonachtig in het landelijke Arkel. Zijn pubertijd doorgebracht in Gorinchem. En als jonge man op zijn zestiende verhuisd naar Amersfoort voor zijn mbo-studie sociaal pedagogisch werker. Hij vond werk in de zorgsector op een woongroep met voornamelijk probleemjongeren. En bleef ruim 12 jaar als zelfstandige in de zorg werken in de regio Arnhem. 

Als kind? “Was ik heel avontuurlijk. Ik vond (en vind) het heerlijk om de wereld te ontdekken. Ik was een echte buitenspeler, in de natuur; voetballen, hutten bouwen, erwtjes schieten. Voor mij was Arkel een geweldige plek om op te groeien. Ik speelde veel met andere kinderen maar kon mezelf alleen ook goed vermaken. In een groep was ik degene die voorop liep en de kar trok, maar kon ook een volgzaam persoon zijn. En dat is nog steeds. Ik werk achter de schermen en soms zie je me op de barricade.” 

Bestuurlijke ambities

“Ik werkte in de zorg op hbo-niveau. Reden om een hbo-opleiding te gaan volgen tot maatschappelijk werker. Tijdens die studie ervaarde ik hoe leuk het was om bestuurlijk te werken. Ik zat in een aantal studentenvakbonden en had bestuurlijke functies ook op landelijk niveau en in de politiek. Waardoor ik ook met Tweede Kamerleden heb gewerkt en met ministers. Wat weer leidde tot interesse in de media. Want ik schreef veel persberichten en moest soms ook de pers te woord staan.”

Het was tijd voor een carrièreswitch, van de zorg naar de mediawereld. Temeer omdat hij de zorg ook wel eens erg zwaar vond. En een sector waar hij zijn creativiteit niet echt kwijt kon. Vanuit zijn ervaringen en interesse werd Maarten in 2017 directeur van de lokale omroep RTV Arnhem. De opdracht: blaas nieuw leven in de omroep. Dat lukte uitstekend. In 2018 verhuisde hij naar Gorinchem. Omdat zijn ouders wat op leeftijd raakten en hij het belangrijk vond om dichtbij hen te zijn. Hij is dan 34 jaar, inmiddels ‘ondernemer in marketing’ en media-adviseur. 

Vrijwilligerswerk

In 2020 richtte hij als vrijwilliger het COC in Gorinchem op en in 2021 de speelgoedbank, samen met Coby Dekker. “Toen ik op mijn zestiende Gorinchem verliet, wist ik al dat ik homoseksueel was. Toen ik op mijn 34ste in Gorinchem terug kwam, merkte ik dat er qua klimaat wat betreft emancipatie nog weinig was veranderd. Er was überhaupt weinig aandacht voor emancipatie van minderheden. Reden om bij de COC aan te kloppen met de vraag of ik in Gorinchem een afdeling kon beginnen. Ik vind het belangrijk om me in te zetten voor kwetsbare minderheden. Vanuit mijn eigen achtergrond heb ik me wat meer ingezet voor de LHBTI+-gemeenschap.”

Wakker schudden

“Ik geef de gemeente gevraagd en ongevraagd advies. Over de toegankelijkere thema’s zoals armoedebestrijding vinden we elkaar gemakkelijk. Als het gaat over de wat spannendere thema’s zoals suïcide preventie en de positie van transpersonen, hebben we wat vaker een discussie met elkaar. De gemeente heeft natuurlijk een bredere verantwoordelijkheid en staat voor alle inwoners. Maar ik zie het wel als mijn taak om anderen wakker te schudden en aan te geven dat er onderwerpen zijn waar we iets mee moeten. Zoals de Heks van de Helmsteeg en het slavernijverleden van Gorinchem. Ik denk dan graag mee met de gemeentebril op hoe we daar iets mee kunnen. Vrucht daarvan is onder meer de plaatsing van het standbeeld Stille Strijd voor het gemeentehuis afgelopen juli. Dat vroeg aandacht voor het stijgend aantal suïcides onder jongeren en het taboe om daar open met elkaar over te praten.”

Ook nog

Maarten zit vol met verhalen. Zo vertelt hij ook nog over:

  • zijn interesse in geschiedenis. Dat we moeten leren van het verleden. Heel veel dingen van ‘nu’ zijn ‘toen’ ontstaan. Waar komen bepaalde gedragingen, zoals haat naar sommige groepen, vandaan? Een deel van het antwoord vinden we in het verleden.
  • de Stolpersteine poetsdag in Gorinchem. Door deze gedenkstenen samen met kinderen van de basisschool te poetsen, komen de verhalen die erachter zitten naar boven. Het vertellen van die verhalen is belangrijk.
  • Zijn samenwerking met Coby Dekker in de speelgoedbank, wat inmiddels ook heeft geleid tot speelgoedzendingen naar aardbevingsgebieden in Turkije en Marokko en boeken, les- en leesprogramma’s voor bibliotheken in Suriname. 

Dank je, Maarten, voor het verschil dat je maakt.

Robbert Boonk nieuw bestuurslid Biblionef

Lees over de bijzondere ontmoeting tussen Fijnlander Leonie en Robbert Boonk. Hij vertelt voor de nieuwsbrief van Biblionef over zijn start als nieuw bestuurslid bij deze organisatie. Die wil kinderen overal ter wereld laten genieten van lezen, omdat dit de basis legt voor hun toekomst.

Robbert heeft een diverse achtergrond, waaronder rollen als trainer, spreker, manager, vernieuwer, consultant, lezer, vader en auteur. Hij gelooft dat onderwijs cruciaal is en is enthousiast om een bijdrage te leveren via Biblionef. Hij is van plan om te helpen met marketing, communicatie en personeelsbeleid.

Een match made in Den Haag

Biblionef heeft een nieuw bestuurslid aan boord en verwelkomt Robbert Boonk hartelijk. “Onderwijs”, zegt hij, “is misschien wel de belangrijkste functie in de maatschappij. Dat ik daar via Biblionef aan kan bijdragen, is geweldig.”  

Het is een match made in Den Haag, de samenwerking tussen Robbert en Biblionef. Door zijn diverse achtergrond heeft hij echt alles in huis om Biblionef en de leerkrachten die de boeken ontvangen te stimuleren en te faciliteren om het beste uit boeken te halen voor kinderen.
Hij vertelt over zijn achtergrond: “Ik kom uit Eindhoven, daar heb ik commerciële bedrijfskunde gedaan en economie aan de HEAO. Mijn eerste banen waren in de marketing: van assistent productmanager tot marketingmanager. Daarna ben ik zelfstandig adviseur op het gebied van marketing en management geworden voor veel verschillende organisaties: van de politie tot het onderwijs.”

Oprichten-verkopen

Hij werd ook gevraagd om trainingen te geven aan professionals, met name op het gebied van marketing en businessplanning. “Het opleidingsinstituut waarvoor ik dat deed, het IMMO, heb ik gekocht. Dat was een relatief klein bureau. Van daaruit hebben een compagnon en ik het Opleidingshuis/Flexhuis opgericht om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt op te leiden in opdracht van het UWV, gemeenten en integratiebedrijven. Die detacheerden we vervolgens via het Flexhuis. We groeiden uit tot 10 vestigingen in het midden en zuiden van het land met zo’n 200 mensen in dienst. Begin 2000 heb ik mijn aandeel daarin verkocht om samen met een vriend de arbodienst Stimulanz te beginnen. Ook mijn aandeel daarin verkocht ik, in 2010, om de overstap te maken naar interim-manager in het onderwijs (directiefuncties bij diverse opleidingsinstituten).”

Het onderwijs

Wat trekt je zo aan het onderwijs? “Het is een hele leuke, levendige en interessante wereld, met over het algemeen heel betrokken en enthousiaste docenten. Die hebben echt hart voor wat ze doen. Onderwijs is misschien wel de belangrijkste functie in de maatschappij en daar moet voldoende in worden geïnvesteerd. Vooral het ministerie en de inspectie mogen meer open staan voor innovatie. Er zijn veel verschillende vormen van onderwijs die succesvol en interessant kunnen zijn.”

Sympathiek en belangrijk doel

Hoe is Robbert bij Biblionef terecht gekomen? “Ik ben oprichter en voorzitter van de Schrijverstafel in Den Haag. De partner van een van onze leden is de voorzitter van Biblionef Nederland. Toen er in november 2023 een plekje vrij kwam aan de bestuurstafel, dachten ze aan mij. Ik hoefde daar niet lang over na te denken! Ik vind het een ontzettend interessante organisatie met een heel sympathiek en belangrijk doel.”

Leesplezier vergroten

Wat pakt hij graag op voor Biblionef? “Vooralsnog houd ik me bezig met wat er voorbijkomt. Ook denk ik mee over marketing/communicatie. Personeelsbeleid voor vaste mensen en de vrijwilligers zie ik ook als een belangrijk aandachtsgebied. ‘Vernieuwing’ zit in mijn bloed. Dus ik kijk met een innovatieve blik naar de projecten en mogelijkheden. Denk aan nieuwe samenwerkingsverbanden met andere organisaties. Plus: opleidingsmogelijkheden voor docenten en andere betrokkenen in de landen waar Biblionef de boeken levert. Hoe die het beste kunnen omgaan met de methodes die ze ontvangen. Alles om het leesplezier van kinderen te vergroten. Dat is het doel.”

Lezer en schrijver

Robbert leest zelf graag, en als hij de tijd ervoor heeft, veel. “Van kinds af aan al. Ik las de boeken die mijn oudere broer meenam uit de bibliotheek. Soms kon ik niet stoppen en las een hele nacht door. Mijn lievelingsboek is Le Roi Vert, de Groene Koning, van Paul-Loup Sulitzer. Een echte aanrader. Het is ongelooflijk belangrijk om jezelf te ontwikkelen en lezen maakt je wereld zoveel groter. En interessanter. Het verrijkt je leven. Dus ook al heb ik het druk: ik verplicht mezelf elke dag minimaal een uur vrij te plannen om te lezen. Daarnaast schrijf ik ook graag, onder meer blogs. Over wat er in de wereld gebeurt en wat ik daarvan vind.”

Jurriën van der Veer: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Een royale ontmoeting tussen mede-BVL-er Leonie en BVL-auditor Jurriën, werkzaam voor BrabantVerkeersveiligheidsLabel (BVL). Hij werd volledig om de tuin geleid en compleet verrast met zijn ridderschap. Van harte gefeliciteerd met de koninklijke onderscheiding namens Fijnland en het BVL. Dat was een artikel waard op de BVL-site.

Hij dacht dat hij naar de uitreiking van een lintje aan Ajran van Bakel ging. Mooi niet. Hij dacht dat een van zijn kinderen op vakantie in het buitenland was. Echt niet. Ze zaten gewoon op de camping in Nederland. Hij dacht dat zijn vrouw met twee kleinkinderen naar het ziekenhuis ging. Dûh! Ze stonden er allemaal, de hele familie. In het gemeentehuis in Oss op vrijdag 26 april. Voor de uitreiking van niet zomaar een koninklijke onderscheiding, maar Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Achteraf…

“Achteraf…”, zegt Jurriën, “achteraf had ik misschien wel iets kunnen vermoeden. Waarom was ik bijvoorbeeld niet gevraagd om een aanbevelingsbrief te schrijven voor Arjan? Waarom bleven we een rondje rijden voor het gemeentehuis terwijl er plek genoeg was om te parkeren? Waarom vroeg mijn vrouw of ik niet toch meewilde naar het ziekenhuis, terwijl ze wist dat ik weg moest?”

En het bleef niet bij die ene verrassing die dag. Toen hij eenmaal in de gaten kreeg dat hij onderscheiden zou worden, bleek het ook nog eens om een ridderschap te gaan. En toen hij even later een goede vriend van vroeger in Oss tegen het lijf liep op weg naar de lunchlocatie en dacht ‘Hé jij hier?’, kon hij niet vermoeden dat die hele gelegenheid vol zat met wel vijftig vrienden en kennissen: “Was ik er weer ingetuind. Knap hoor, hoe ze het allemaal verborgen hebben weten te houden voor me.”

Verschil Ridder en Lid

Bron lintjes.nl: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau is de vijfde graad in de orde. Bij personen die worden benoemd tot Ridder gaat het doorgaans om verdiensten met een regionale of zelfs landelijke uitstraling en betekenis. Dit in tegenstelling tot de graad Lid waar het vooral gaat om personen die lokaal verdienstelijk zijn (dus binnen de gemeentegrenzen).

Aanbevelingsbrieven

Het was zijn dochter Lonneke die de aanvraag heeft ingediend, in 2023. Kort samengevat gaat dat als volgt. Zijn zoon is in zijn dossiers (Jurriën: “Ik bewaar alles op papier.”) gaan rondneuzen wat hij allemaal heeft gedaan. (Jurriën: “Ook daar heb ik niets van gemerkt trouwens.”) Dat heeft zijn dochter gestuurd naar de gemeente Oss. Daar beoordelen ze of de aanvraag kans maakt. Daar kwam groen licht op. Daarna is ze aanbevelingsbrieven gaan verzamelen die de aanvraag ondersteunen. Van de provincie Noord-Brabant (geschreven door BVL-projectleider Rian Snijder), van jeugdtheater Spons, van Stichting de Betuwse Jeugdkampen, van Stichting Maasmeanders en van Veilig Verkeer Nederland afdeling Maasland. Ze schreven allemaal prachtige brieven over de vrijwillige werkzaamheden die Jurriën de afgelopen decennia heeft verricht: mooie woorden en veel anekdotes.

Iedereen roemt zijn inzet, betrokkenheid, creativiteit, professionaliteit en bevlogenheid. Zelf is hij wat nuchterder en ook een tikkie bescheiden: “Ik ben wel vereerd, maar zie mezelf meer als een etiket voor al die vrijwilligers die het werk doen. En dat meen ik echt, want zonder de vrijwilligers kan ik ook niks.”

Van Sinterklaas tot voorzitter

Zijn eerste vrijwilligersbaantje was de redactie van een tennisblad. Als Jurriën begint op sommen wat hij daarna allemaal heeft gedaan, lijkt er geen einde aan te komen. Van kampleider tot bigband-lid tot kok tot muziekleraar tot Sinterklaas tot voorzitter tot BVL-auditor tot subsidie-aanvrager tot adviseur tot bedenker van theatrale workshops… de lijst taken en werkzaamheden is lang en divers.

Niets doen is saai

Op de vraag wat hem motiveert om – voorheen ook naast zijn fulltime baan als communicatie/PR-man bij de centrale van scholengroep Het Hooghuis in Oss – zoveel tijd en energie te steken in al zijn vrijwilligerswerk, zegt hij: “Als ik niets doe, vind ik het saai. En: het enthousiasme van mensen, ik herken daar mezelf in.”

Hij ging op zijn 62ste met pensioen en bleef daarna gewoon door vrijwilligerswerken. Het ene netwerk kwam hem goed van pas bij een andere organisatie. En omdat hij elders ervaring als bijvoorbeeld projectleider had opgedaan, kon hij die expertise inzetten voor weer een andere stichting. Zoals voor de stichting NAH4US in Oss (NAH staat voor niet-aangeboren hersenletsel), waarvan hij inmiddels ook voorzitter is geworden.

Jurriën is nu 70 jaar, met een agenda vol vrijwilligerswerk en hij is ook nog eens opa van bijna het zevende kleinkind. Van stoppen geen denken aan, “zolang de gezondheid het toelaat.” We spreken hem daags voordat hij met zijn camper op vakantie gaat, maar niet nadat hij op die vertrekdag eerst nog even een Label uitreikt op de Internationale School in Breda.

Cheque van de koning

Nog even terug naar de onderscheiding, verpakt in een mooi kistje. Het gaat om een oorkonde lintje met een medaille eraan. Jurriën weet zich er nog niet helemaal goed raad mee. Er zijn duidelijke richtlijnen wanneer je wat wel en niet mag dragen, en hoe, maar hij heeft lintje het nog niet op zijn colbertje gespeld. “Vrienden zeggen me, doe dat nou komend weekeinde, tijdens de viering van het vijftienjarig bestaan van de NAH-organisatie. Dat is een mooie gelegenheid.’ Ik weet het nog niet. Het is niet iets waarmee ik wil pronken ofzo. Ik wacht trouwens nog wel steeds op de cheque van koning Willem-Alexander.” Een schaterlach 🙂

Ervaringsdeskundige Vicky Bergman

Het was een eer voor Leonie om zo’n indrukwekkend verhaal te mogen opschrijven voor de nieuwsbrief die verschijnt vanuit het sociaal domein van de gemeente Gorinchem. Lees hoe Vicky als zogenoemd ‘vuilnisbak-kind’ de kracht vond om niet alleen hulpverlener, maar ook hoopverlener te zijn: een vrouw met niet langer een rugzak, maar waardevolle ervaring, die zij deskundig inzet voor haar stichting Samen één.

Van hopeloos naar hoopverlener

Het is geen gemakkelijke openingsvraag om te beantwoorden: Wie ben je en wat drijft je? Maar Vicky Bergman heeft er geen enkele moeite mee en brandt meteen los: “Gebruik er maar van wat je nodig hebt, dit is mijn verhaal.” 

Haar lievelingscijfer is een 8. Dat staat op Vicky’s been getatoeëerd. Bij een 8 komt alles weer bij elkaar, weer samen. Vicky zette de stichting Samen één op. Een plek waar eigenlijk alles samenkomt als het gaat om welzijn voor de Gorcumers. Ze werkt daarvoor met iedereen samen, van de gemeente tot Rozenobel, met huisartsen tot stichting Boukie. Met als doel: ruimte creëren voor de medemens door het leggen van contacten, adviezen geven of steun bieden. Samen één is een centrale plek voor mensen in nood waar ze een helpende hand krijgen. Het soort hand die Vicky zelf zo hard nodig heeft gehad. 

Boek ‘Doorbroken taboes’

Dit artikel is qua ruimte veel te beperkt om Vicky d’r hele verhaal in kwijt te kunnen. Dat hoeft ook niet, want ze heeft een boek geschreven: ‘Doorbroken taboes’. Dat is in de winkel te koop. Het boek gaat over een meisje, een jonge vrouw. Seksueel misbruik, kinderporno, extreem geweld, ontvoering, een sekte. Een autobiografisch boek over Vicky zelf, want het gaat over wat ze allemaal heeft meegemaakt. Het is ook een hulpboek over hoe zij ontstane persoonlijkheidsstoornissen overwon en ervaringsdeskundige werd.

 Het begon bij het begin al eigenlijk helemaal verkeerd. Haar moeder wilde, na een dochter, graag een zoon. Maar kreeg een tweeling onder wie een meisje, Vicky. Op jonge leeftijd werd ze al misbruikt (niet door haar vader, die was juist wel heel lief tegen haar), waardoor ze ging dissociëren. Haar moeder vond haar maar een rare, en schaamde zich voor Vicky. Haar ouders gingen scheiden toen ze acht was. Armoede. 

Vuilnisbakkinderen

“Ze noemden ons vuilnisbakkinderen. We zwierven over straat. Ik heb zelfs kattenbrokken gegeten. Met haar nieuwe Afrikaanse man kreeg mijn moeder ook nog kinderen, dat waren halfbloedjes. Mijn halfzusje heet Fatou maar men noemde haar vaatdoek, dus ja, ook discriminatie.” 

En het duurt nog wel even voordat het beter wordt. Op haar achttiende kreeg ze een flatje en werd pleegmoeder voor haar (half)zusjes -en broers. Maar ze haalde ook de verkeerde mensen in huis. Ze vluchtte voor een crimineel, naar Israël, kwam daar in een sekte terecht. Weer gevlucht, gehersenspoeld, Amerika, weer een sekte, misbruikt…

Wit huis

Lang verhaal kort: op haar dertigste kwam Vicky terecht in een blijf-van-mijn-lijfhuis in Nederland. Daar vroeg een hulpverlener haar: ‘Wie ben jij en wat wil jij?’ “En toen stond alles stil. Wat wil ik? Ik wil leren wat het is om van mezelf te houden. Ik wil weten wie ik ben. Ik wil niet meer bang zijn. Niet meer vluchten. Ik wil gelukkig worden of zijn. Toen ben ik begonnen om hulp te zoeken: van opname tot therapie. En ik had vrijwel direct een wens: een wit huis, van waaruit ik mensen kan helpen.”

We slaan een heleboel en een lange periode in tijd en ervaringen over. Vicky is nu 54 jaar, 22 jaar gelukkig getrouwd en heeft een zoon van 18. Vlak voordat haar moeder stierf, hadden ze nog een goed gesprek. En haar vader is na een tijd afwezigheid ook weer terug in haar leven. De vriendin die ze had toen ze vijf was, Anita, is nog steeds haar beste vriendin. En Stichting Samen één is sinds 2019 gevestigd aan de Voermanstraat 2 in een… wit huis.

Hoopverlener

De vraag die die ene hulpverlener destijds stelde, waar ze toen geen antwoord op had, beantwoordt ze nu met: “Wie Vicky is? Liefde. Liefde in mezelf. Ik voel zoveel liefde. Ook om mensen hoop te geven. Van daaruit ben ik een hoopverlener. Ik verleen hoop. Ik voel mij een wandelend, levend boek. Een hoopvol boek. Een good movie eigenlijk.”

Hoop betekent voor Vicky: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. “Dus elke dag probeer ik er iets moois van te maken. En elke dag is een nieuwe dag. Met nieuwe kansen. Zit je ergens mee? De eerste stap is om te gaan praten. Vertel je verhaal aan iemand die je vertrouwt. Kom je bij mij? Dan zal ik je dezelfde vraag stellen als de vraag die mijn leven ten goede op z’n kop heeft gezet: Wie ben je en wat wil jij?”

Tamara Kinnigin: herstellen op je eigen kracht

Voor de Gemeente Gorinchem ging Loenie in gesprek met Tamara Kinnigin, projectleider van Herstelacademie PEERpoint. Vanuit haar ervaringsdeskundigheid ondersteunt zij anderen bij het nemen van regie over hun eigen herstel. Dit artikel laat zien hoe levensontwrichtende gebeurtenissen kunnen uitgroeien tot kracht.

Zwarte panter met gestrekte benen op de barricade

Noem haar een buitenbeentje, wat rebels, ‘eigen’: Tamara Kinnigin, projectleider van de in 2019 opgerichte PEERpoint Herstelacademie in Dordrecht. Dat sinds augustus vorig jaar ook onderdak heeft gevonden in Gorinchem, elke woensdag bij Wijkcentrum Rozenobel. Het is een organisatie gebaseerd op de herstel-ondersteunende visie op zorg die Tamara van harte onderschrijft: laat mensen vooral zélf de regie pakken op hun herstel.

Zelf-zelf-zelf

Tamara kan de dingen op een overduidelijke manier overbrengen. Zoals haar mening over herstellen: “Herstellen is niet genezen. Herstellen is ontdekken wat nog allemaal wel kan. Het is daarbij belangrijk dat mensen zelf in charge zijn. Dat ze dat kunnen, weten ze vaak diep van binnen wel, maar zien ze niet altijd. Ik wil mensen ondersteunen om zelf de regie weer te pakken. Ik zeg altijd: je hebt maar één leven. Dat is van jou. Jij mag er iets van maken. Bij shit heb je hulp nodig maar niemand komt je redden. Je partner niet, je ouders niet, je hulpverlener niet. Je moet, nee je mág het echt zélf doen.”

Leukste baan ooit

Na haar VWO heeft Tamara HBO Management en HBO Coaching gedaan. Ze vindt het leuk om nieuwe dingen op te zetten en tekent daarbij liever buiten dan binnen de lijntjes. Of het nou om een werkbemiddelingsbureau in Den Haag voor ex-gedetineerden gaat of over de PEERpoint Herstelacademie: “Ik bewandel niet de gebaande paden. Daarnaast vind ik het fijn om hetgeen dat ik heb neergezet, ook uit te bouwen. Projectleider zijn van PEERpoint is echt de leukste baan die ik ooit heb gehad. Ik begon er alleen. Ben wel 28 keer naar de IKEA gereden. En wat heb ik veel poten onder veel stoelen gedraaid. Inmiddels werken we met zeven gediplomeerde ervaringsdeskundigen en zes gemotiveerde vrijwilligers samen.”

Ervaringsdeskundigen

Even geknipt en geplakt vanuit de PEERpoint-website: (…) Iedereen die een levensontwrichtende gebeurtenis heeft meegemaakt en die gemotiveerd is om in eigen regie en samen met lotgenoten (peers) te werken aan een leuker leven, is welkom. PEERpoint wordt gerund door ervaringsdeskundigen. Mensen die zelf een levensontwrichtende gebeurtenis hebben meegemaakt, die hun leven nu weer grotendeels in balans hebben, en die een opleiding hebben gevolgd om te leren hoe ze met hun herstelervaring anderen kunnen ondersteunen. De ervaringsdeskundige medewerkers worden ondersteund door gemotiveerde vrijwilligers. (…)

Zingeving

Tamara kan meepraten over gebeurtenissen die je leven ontwrichten. Op jonge leeftijd is ze tien jaar lang heroïneverslaafde geweest. In 2012 kreeg ze een flinke burn-out. En onlangs (2021) heeft ze nog een pittige echtscheiding mogen verwerken. Tamara is een ervaringsdeskundige op het gebied van herstellen. Daar komt ook een groot deel van haar drijfveer vandaan: “Zingeving. Het cirkeltje is rond. Ik kan de geleerde lessen in mijn eigen leven delen met lotgenoten. Niet door te zeggen hoe zij het moeten doen. Maar door ze de ruimte te geven daar zelf achter te komen.”

Gestrekte benen: De geboren Rotterdamse is opgegroeid in de jaren zeventig. “Ik was een meisje dat deels paste in de tijdgeest van toen: lief en gehoorzaam. Maar er zit ook iets sterks en onafhankelijks in mij. Daardoor zat ik vaak in een complexe spagaat. Zou ik daar die gestrekte benen aan over gehouden hebben?”, vraagt ze zich lachend af.

 Zwarte panter: Af en toe gaat ze ‘er’ inderdaad met gestrekte benen in. Bijvoorbeeld als ze praat met mensen die andere ideeën en visie hebben over de zorg. Ook gaat ze de barricade op voor lotgenoten. Als ik een dier zou zijn, zou ik een zwarte panter zijn. Die kan lekker rustig in het gras liggen te genieten. Maar ‘when the shit hits the fan, dat haalt zij fel uit.”

Supermooi proces

Dus: een zwarte panter met gestrekte benen op de barricade. En waarvoor? “In de kliniek waar ik anderhalf jaar verbleef kwamen ze niet achter de oorzaak van mijn verslaving. Een leuke jeugd, fijne ouders, geen vreselijke dingen meegemaakt… ook daar was ik een buitenbeentje. Daarom ben ik zélf op onderzoek gegaan naar en over mezelf. En wat voor mij werkte om te herstellen. Dat is een supermooi proces dat ik iedereen gun. Er zelf achter komen. Vaak dacht ik: ‘Ik kom er niet meer uit.’ En tot mijn eigen verbazing lukte dat dan toch. En zo kwam ik achter twee van mijn belangrijke talenten/kwaliteiten: veerkracht en doorzettingsvermogen.”

Waardevolle aanvulling

“Ik heb veel aan de gemeente Gorinchem. Het is een erg betrokken gemeente die dicht bij de burgers staat, toegankelijk en geïnteresseerd is. Warm. Ze promoten PEERpoint en leggen verbindingen tussen ons en andere organisaties. En dat is belangrijk, want we hebben elkaar nodig. Wij zijn een waardevolle aanvulling voor, tijdens en na de reguliere zorg. Daarnaast: wij kunnen er voor bepaalde mensen, bijvoorbeeld in een crisissituatie, niet zijn. Daarom is het belangrijk dat we, de zorginstanties en hulpverleners, elkaar blijven vinden.”

Regioarcheoloog Ria Berkvens

Leonie in gesprek voor de nieuwsbrief van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant met Ria Berkvens: schatzoeker en verhalenverteller. Haar missie is om echt te vertellen wat er in de oudheid heeft plaatsgevonden, gebaseerd op vondsten uit de grond. Voor de gemeente betekent het laten zien wat er in het fundament zit: een basis die inspireert.

Ondergrondse rijkdom

Van een vaas tot een compleet tinnen servies; van een volledige nederzetting tot een ezelgraf; wegen, menselijke resten, bruggen… uit de ijzertijd, de Romeinse tijd, de Tachtigjarige Oorlog. De ondergrondse wereld herbergt schatten van klein tot groot. En allemaal even belangrijk. Enerzijds om rekening mee te houden bij vergunningverlening; anderzijds vanwege de bijzondere verhalen die ze vertellen. We nemen een duik in de wereld van Ria Berkvens en halen met haar naar boven wat onder ons verscholen ligt.

Opgraven zelf doet ze nog zelden, maar ze heeft nog steeds een neusje voor het vinden van ondergrondse schatten. Haar ervaren oog ziet tijdens een bezoek aan opgravingen af en toe grondsporen en verkleuringen die anderen ontgaan. En dan gaat de schep weer dieper de grond in. Ria Berkvens is sinds 2007 regioarcheoloog voor de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. In die functie adviseert ze 16 gemeenten in ons werkgebied. Vijf daarvan hebben een eigen gemeente/stadsarcheoloog: Eindhoven, Helmond, Eersel, Laarbeek en Gemert-Bakel. Dat zijn collega’s met wie ze regelmatig samenwerkt. 

Muntschatten

Een achtergesteld gebied waar niets te vinden valt? Zo staat onze regio bekend. Niet dus, weet Ria. “Ik stel dat beeld bij tijdens lezingen. In elke gemeente hier vinden we Romeinse nederzettingen. Die beschaving zit dus gewoon in onze basis. En nog zo’n fabeltje. Over de vroege, donkere middeleeuwen. Met inderdaad sporen van volksverhuizingen. We hebben ook muntschatten gevonden die erop duiden dat dit destijds een rijk gebied was.” De geschiedenis herschrijven, nee. Maar wel vertellen over wat zich werkelijk heeft afgespeeld in de oudheid op basis van de vondsten in de grond. Dat ziet Ria als haar missie. 

Bestemmingsplannen

Ook al valt dat niet onder haar functieomschrijving. Ria werkt als een soort regisseur, die aangeeft waar archeologische onderzoeken moeten worden uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke ordening. Ze is hierbij een direct verlengstuk van meerdere gemeenten in de regio. Archeologie is de wetenschap waarbij je onderzoek doet om kennis te kunnen vergaren en toetsen. Die taak is met de Wet op de archeologische monumentenzorg uit 2007 bij gemeenten neergelegd. Omgevingsdiensten verlenen vergunningen en houden toezicht op milieuregels en de leefomgeving, waaronder erfgoed. Ria controleert vooral bestemmingsplannen en toetst archeologische rapporten. Ook houdt ze toezicht op het archeologisch veldwerk. En maakt zogenaamde archeologische erfgoedkaarten voor de gemeenten. Die vormen de onderleggers voor de bestemmingsplannen. “We hebben ongeveer 70% van de ondergrondse wereld in kaart gebracht”, vertelt ze.

Advies geven

Verder adviseert Ria op aanvraag over beleid of over concrete bouwplannen en vergunningen. “Een groot deel van de vondsten liggen ondergronds goed. Hout, metaal en textiel bijvoorbeeld zijn bovengronds moeilijk goed te houden. Conserveren vraagt veel tijd en geld. We laten ze dan liever liggen tot later, als er misschien veel betere technieken zijn ontwikkeld. Andere vondsten graven we op, bijvoorbeeld omdat ze in de weg liggen bij de bouw van woningen. Of omdat ze zó bijzonder zijn dat we ze willen laten zien aan het grote publiek. En soms is het advies om ergens niet te bouwen. Bijvoorbeeld in de gemeente Bergeijk. Daar zijn nieuwbouwplannen op een plek waar vroeger een middeleeuwse kerk heeft gestaan en een begraafplaats lag. Het kost veel geld om de resten van die middeleeuwse begraafplaats op te graven. En de dichtheid van de ondergrondse vondsten is dusdanig, dat je daar niet ‘archeologievriendelijk’ kunt bouwen, bijvoorbeeld op palen.” 

Terug naar de verhalen. Ria, die overigens kunstgeschiedenis en archeologie studeerde: “Wat we vinden, vertelt een verhaal. Zoals dit verhaal uit de Tachtigjarige Oorlog. Door onze vondsten weten we dat mensen waardevolle spullen hebben verstopt om te voorkomen dat ze werden geroofd. We vonden vorig jaar in Heeze een compleet tinnen servies met kandelaars, 20-delig. Puntgaaf. Niet gedumpt maar voorzichtig gestapeld, verborgen, in een waterput. Omdat wij het servies zo aantroffen, is het toentertijd dus niet gevonden.”

Historie in 3D

Ria’s oproep: “Eigenlijk moet elke gemeente een eigen archeoloog hebben. Het is namelijk belangrijk dat je archeologische kennis hebt van je gebied. Niet alleen in het kader van de vergunningverlening. Doe iets met de resultaten van archeologisch onderzoek. Breng iets van beneden terug naar boven. Laat als gemeente zien wat er in je fundament zit, wat jouw basis is. Verbeelding die inspireert. Zoals in Oirschot. Daar zijn onder de bouwgrond van Hof van Solms serviesborden gevonden. Die worden nagemaakt en komen terug in de gevels van de nieuwbouwwoningen.

Ander voorbeeld: in Mierlo is een weiland, waar koeien staan. Niets bijzonders zou je denken. Maar dat weiland is aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument. Want het is het voormalige kasteelterrein met restanten van Kasteel Mierlo, dat dateert uit de late middeleeuwen. Daarvan is een 3D-visualisatie gemaakt, bestaande uit 5 filmpjes. Over onder meer de historie en bewoners, de heksenvervolging en het verval. Zo komt het kasteel weer een beetje terug in het landschap. En geef je de mensen waardevol historisch besef mee en inzicht in de eigen identiteit en binding met de gemeenschap.”

Tanja Pijnenburg op Bonaire voor Biblionef

Een waardevolle ontmoeting ontvouwt zich tussen Fijnlander Leonie en Tanja. Zij gingen met elkaar in gesprek voor de nieuwsbrief van Biblionef. Deze organisatie wil kinderen over de hele wereld laten genieten van lezen.

We verwelkomen je op Bonaire, waar in de afgelopen zes jaar maar liefst 15.000 boeken naartoe zijn verscheept. Deze boeken vonden, onder de bezielende leiding van Tanja, hun weg via scholen, de bibliotheek en de mediabus naar baby’s, pubers en alle leeftijden daartussen. “Steeds meer en zoveel mogelijk ‘op maat’,” zegt ze trots. Het nieuws is: Tanja geeft het coördinerende stokje over.

Haar hart verloren

Tanja verloor lang geleden haar hart aan de Cariben. Na een aantal jaren gewerkt te hebben als leerkracht op Curaçao, verkoos ze Nederland voor haar opleiding. Zeven jaar geleden vertrok ze met haar man: terug naar de palmbomen en zandstranden van Bonaire. Daar is ze 3 dagen in de week coördinator van SKJ, sociale kanstrajecten voor jongeren bij Fundashon Forma: een school voor volwassen onderwijs. Ook heeft ze een eigen praktijk voor kinder- en jongerencoaching.  

Op het lijf geschreven

“De directeur van de basisschool waar ik toen werkte, tipte mij in 2015 over de vacature ‘contactpersoon Bonaire’ van Biblionef”, herinnert ze zich. Op haar lijf geschreven. Want zeg je netwerken en verbinden, dan zeg je Tanja. Zeg je sparren en ontwikkelen, dan zeg je Tanja. De toenmalige directeur nam haar aan het einde van het eerste sollicitatiegesprek via Skype meteen aan!

Steeds meer op maat

“Ik ben de brug tussen Biblionef Nederland en de scholen/kinderdagverblijven en andere afnemers van de boeken hier op Bonaire. Een- tot tweemaal per jaar komen die in grote dozen op pallets aan op het eiland. We slaan alles gratis op in de loods van een bedrijf. Daar sorteren we de boeken: op soort, op doelgroep, op school, op belevingswereld, op leeftijd. Zo maken we de pakketten klaar voor de contactpersonen die ze op komen halen. ‘We’ zijn circa 15 vrijwilligers inmiddels. Het is elke keer weer een hele (leuke) operatie. Door de jaren heen krijgen we steeds meer zicht op de wens van de afnemers. Door hierover in gesprek te gaan, proberen we daarin zoveel mogelijk tegemoet te komen door waar mogelijk op maat te leveren. Dat lukt steeds beter.” 

Blijdschap in ogen

Tanja glundert: “Die blijdschap in de ogen van kinderen, als ze een nieuw boek krijgen. Dat vind ik geweldig. Ik gun elk kind taal en ontwikkeling. Het is heel fijn om op deze manier een beetje goed te doen voor de wereld, een steentje bij te dragen.” Maar dit specifieke stokje draagt ze over aan een zelf samengesteld team van 3 even enthousiastelingen. Tanja is daarnaast bestuurslid van de Stichting Lezen en Schrijven op Bonaire. Ze gaat zich vooral richten op haar praktijk. Dus druk genoeg, die Tanja!

Leonie en Biblionef bedanken haar hartelijk voor het enthousiaste en de energieke inzet. We wensen haar veel succes met haar laatste lading boeken die ongeveer eind augustus op Bonaire aankomt.

Bob Hutten laat niets aan de verspilling over

Voedselverspilling tegengaan: dat is zijn missie. Leonie ging voor het platform BrabantDC met hem in gesprek over De Verspillingsfabriek die hij oprichtte. In deze fabriek krijgen misvormde of afgekeurde groenten een tweede leven als smakelijke soep, saus of stoof. Hutten laat zien dat je met slimme keuzes verspilling kunt voorkomen en toch kwaliteitsproducten kunt maken. Zo bewijst De Verspillingsfabriek dat imperfect voedsel waardevol is.

‘Ik wil dat niemand in de wereld nog honger heeft’

Of het lekker is? De soep van geredde pompoenen is heerlijk. Je proeft aan niets dat die is gemaakt van geredde groenten, afgedankt omdat ze ergens een deukje hadden of anderszins misvormd waren. Dat geldt voor álle soepen, sauzen en stoof die De Verspillingsfabriek in Veghel verlaten. In flessen, zakken of emmers. Naar onder meer supermarkten, cateraars, ziekenhuizen en Schiphol. Het zijn hoogwaardige, smakelijke producten. Voedzaam voor het lichaam én voedzaam voor de geest, als je duikt in het concept dat eraan ten grondslag ligt.

De Verspillingsfabriek herbestemt voedsel dat oorspronkelijk was bedoeld voor mensen om te eten (A) tot menselijk voedsel (C). De tussenstap B is de stap die Bob Hutten zet: groente ‘redden’ die anders in de afvalbak verdwijnt. Gewoon omdat die misvormd, te klein of fout van kleur is, of een buts, put of andere misvorming heeft. Zo gaat cateraar Bob Hutten de verspilling van voedsel tegen. Hij is een ondernemer, een idealist en een ambitieus man die het personage Zorro als zijn held ziet: behendig en slim, strijdbaar en rechtvaardig. Tegen welk onrecht Bob Hutten strijdt? “Niemand meer honger, dat is wat ik wil. En dat kan, want er is voedsel genoeg. Mits food food blijft en niet als feed (diervoer) gaat dienen én mits we stoppen met verspillen. ‘We’ gooien alleen in Nederland al ter waarde van € 5 miljard eten weg.”

“Niemand meer honger, dat is wat ik wil. En dat kan, want er is voedsel genoeg

Imperfectie

Het ruikt in de gangen van De Verspillingsfabriek naar ketchup, een geur die reikt tot ver over de parkeerplaats. Hutten loopt langs stapels kratten vol kontjes en kopjes van tomaten, de restanten uit de voedselketen waarmee het allemaal begon. Hij kijkt zelf nog steeds met verbazing naar het krat wortels waar hij er eentje uit pakt: “Zie jij nou wat er mis mee is? O ja daar, een putje. En hier, die uien, een klein stukje bruin op de schil.” Met dat soort groenten ligt zijn fabriek vól: er komt 1,5 miljoen kilo per jaar binnen vanuit alle hoeken en gaten van de voedselketen: van aardappelboeren tot veilingen. Dat aantal neemt jaarlijks fors toe. Na verwerking gaat er ongeveer evenveel als soep, saus of stoofgerecht de deur uit. Want in De Verspillingsfabriek verspillen ze praktisch niets. Hutten: “Imperfectie is het nieuwe perfect. Ook op de etage boven de fabriek, waar onder meer de receptie en kantoren huizen: alles wat hier staat moet verspild zijn. Van het hout waarvan de wanden zijn gemaakt tot de zitjes voor het bezoek.”

“Iets hoogwaardigs maken van iets dat als laagwaardig wordt gezien

4001ste generatie

Hutten: “Ik ben op de wereld de 4001ste generatie en heb flink nagedacht over de vraag wat we ‘hier’ komen doen. Leven betekent voor mij dat je je talent mag ontdekken, kan ontplooien en inzetten. Als cateraar heb ik verstand van eten. Ik maak me druk over verspilling van voedsel en verspilling van talent. De Verspillingsfabriek is mijn antwoord daarop: iets hoogwaardigs maken van iets dat als laagwaardig wordt gezien. Dát dat kan, hebben we nu op de kaart gezet. En dat het gebeurt door te werken met mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt, vind ik zelf nog wel het meest innovatieve aan onze aanpak. Want ook talent willen we niet verspillen.” 

Een hit

Even terug naar het begin, 2012. Bob Hutten spreekt tijdens een congres waar pijnlijk duidelijk wordt hoeveel voedsel er wordt verspild in de wereld. (Cijfers van nu: 35% van al het voedsel, wereldwijd.) Hij presenteert daar tien ideeën om verspilling tegen te gaan: één daarvan is supermarkten bevoorraden met producten die gemaakt zijn van rest- en bijstromen uit supermarkten. De pilot die Hutten deed onder andere samen met Toine Timmermans, programmamanager duurzame voedselketens van de Wageningen Universiteit bij 14 supermarkten, is een succes. Ze pakken meteen door en in 2016 is De Verspillingsfabriek een feit. Uiteraard waren er veel hobbels en bobbels op weg daar naartoe, onbekend maakt onbemind. Maar het is verspilde moeite om daarop in te gaan. Veel belangrijker: de allereerste Verspillingsfabriek in de wereld staat als een huis. Was het een creatief idee? Het was in elk geval nieuw. En een hit, met een aantrekkende werking die nog steeds wekelijks groepen geïnteresseerden uit binnen- en buitenland trekt die de fabriek bezoeken voor een rondleiding. 

“Imperfectie is het nieuwe perfect

Gamechanger

De Verspillingsfabriek vormt inmiddels de basis voor een alweer veel groter plan met als ambitie: een nieuw systeem om voedselverspilling tegen te gaan. Hutten licht dat graag toe: “Verspilling is overal ter wereld. Er wordt ook overal nagedacht over hoe je verspilling kunt voorkomen en verminderen en als dat niet lukt, hoe je rest- en bijstromen kunt verwaarden. Maar dat gebeurt fragmentarisch. We moeten komen tot een gestructureerd systeem. De Verspillingsfabriek staat aan de basis daarvan, is een gamechanger die de noodzaak daarvoor geloofwaardig heeft gemaakt. We moeten onze kennis en energie bundelen en slim samenwerken.”

06-nummer Barack Obama

Daartoe zijn begin 2019 de krachten van meer dan 60 bedrijven en organisaties, waaronder het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Rabobank en Brainport Tech, gebundeld onder de paraplu van de stichting Samen Tegen Voedselverspilling. Het doel: Nederlandse bedrijven, organisaties, wetenschappers, overheden én consumenten komen samen in actie om in 2030 voedselverspilling met de helft te verminderen in de gehele voedselketen, van grond tot mond. Het middel: het opzetten van dat nieuwe systeem, inzicht krijgen in de mate van verspilling, het opstellen van nieuwe spelregels hoe je verspilling moet tegen gaan en bedrijven en consumenten leren hoe zij daaraan kunnen bijdragen. Wat zou helpen om dit initiatief een boost te geven? Hutten: “Ik wil eigenlijk gewoon Barack Obama als ambassadeur hiervoor, zijn vrouw Michelle is trouwens ook goed 🙂 Dus als iemand zijn 06-nummer weet?”