Auteur: Imke Brolsma

Civan Corches (21) denkt mee over het OV

Fijnland maakt kennis met een nieuw lid van de werkgroep van het Reizigersoverleg in Zuidoost-Brabant: Civan Corches. Als je met hem praat, hoor je meteen twee dingen: fascinatie voor het OV en een scherpe blik op wat beter kan. “Ik heb al lang het gevoel: het busvervoer in Eindhoven kán en móét slimmer,” zegt hij. Nu krijgen zijn ideeën en mening een stem. 

Van Istanbul naar Eindhoven

Civan (21 jaar) is geboren in Istanbul en groeide daar op tot zijn dertiende. Toen verhuisde hij met zijn ouders naar Eindhoven. “Mijn fascinatie voor het OV begon al op jonge leeftijd in Istanbul. Daar zijn ze altijd bezig om nieuwe metrolijnen te bouwen”, vertelt hij. En dat zette iets ‘aan’ bij hem.  “Eenmaal in Nederland vond hij de NS-treinen geweldig. En in Eindhoven stond hij versteld van elektrische bussen, verhoogde perrons en reisinformatie bij de bushaltes. Zo anders dan in Istanbul, waar ze op dat gebied echt nog achter lopen.” Inmiddels ziet Civan ook verbeterpunten voor het OV in onder meer Eindhoven en Helmond. En hij wil graag dat zijn ideeën worden gehoord en dat er iets mee wordt gedaan.

Lokale politiek? Even overwogen. Een petitie indienen bij de gemeente? Ook aan gedacht. Maar toen Civan op het internet Reizigersoverleg Brabant (ROB) ontdekte, klikte er iets. “Ik heb niet de tijd om in Nederland de lokale politiek in te gaan, maar via ROB kan ik wél direct bijdragen aan beter OV. Na een kennismakingsgesprek mocht ik aansluiten bij de werkgroep Zuidoost-Brabant.”

Werkgroep Zuidoost-Brabant 

Lokale politiek? Even overwogen. Een petitie indienen bij de gemeente? Ook aan gedacht. Maar toen Civan op het internet Reizigersoverleg Brabant (ROB) ontdekte, klikte er iets. “Ik heb niet de tijd om in Nederland de lokale politiek in te gaan, maar via ROB kan ik wél direct bijdragen aan beter OV. Na een kennismakingsgesprek mocht ik aansluiten bij de werkgroep Zuidoost-Brabant.” 

Impact 

“Dat we goede ideeën misschien kunnen uitproberen”, hoopt hij. Civan wil impact maken: “Ik wil niet een persoon zijn die allerlei meningen heeft, maar daar niets mee doet. Daarnaast wil ik ervaring opdoen over hoe het OV precies functioneert in Brabant. Al doende leer ik hoe de verantwoordelijkheden liggen. Gemeenten adviseren, de provincie is concessieverlener, en de vervoerder moet het doen. Dat inzicht helpt om voorstellen via ROB op de juiste plek te krijgen.” 

Verbeterpunten 

“Goede netwerken, logische routes, duidelijke informatie. En vooral: betrouwbaarheid en goede frequentie.” Daar staat Civan voor. Voor Eindhoven ziet hij twee grote verbeterpunten: de netwerkstructuur en de frequentie/dienstregeling. “Te vaak eindigt alles bij het station en houdt het daar op. En te vaak komt de bus net niet vaak genoeg.” Hij heeft het als busreiziger dikwijls genoeg meegemaakt dat er geen goede aansluiting bij bussen naar het station in Eindhoven was. Of dat de bus net voor zijn neus weg reed.

Geïnspireerd door Gent 

Civan wijst als inspiratie naar Gent. Een stad die ongeveer even groot is als Eindhoven, maar met een slimmere bus- (en tram)logica. “In Gent heb je niet alleen lijnen die op het station eindigen. Je hebt lijnen die dóór het centrum gaan, lijnen die rond het centrum draaien, en lijnen die van de ene stadsrand naar de andere lopen. Binnen de stad bundelen ze veel ritten op een paar drukke corridors. Daardoor is de frequentie hoog, vaak elke 10 à 15 minuten overdag, en splitst het pas verderop uit naar de buitenwijken. Het station is een knooppunt, géén eindpunt.” 

Grafisch ontwerper 

In Eindhoven volgde hij het vwo en nu studeert Civan voor grafisch ontwerper aan de AP Hogeschool in Antwerpen, waar hij ook woont. In de vakanties en elke paar weken in het weekeinde pakt hij de FlixBus richting zijn ouders in Tongere (stadsdeel van Eindhoven). “Ik heb altijd interesse gehad voor huisstijl en dan specifiek huisstijlen van vervoersbedrijven. Dus ook hoe de bussen, halteborden, netwerkkaarten en tabellen eruit zien en welke typografie ze gebruiken. Ik was bij de studies stedenbouwkunde of verkeerskunde/mobiliteitswetenschappen bang dat er teveel wiskunde in zit. Daar ben ik geen fan van. Wél van hoe een OV-netwerk oogt én werkt.”

Warm welkom

Dus daar zet Civan zich de komende tijd voor in: via zijn studie én via de werkgroep. Zuidoost-Brabant verwelkomt Civan en benoemt dat hij energie, ervaringskennis en een helder verhaal met zich meebrengt.

Sjef Kuijsters maakt moeilijke dingen makkelijk


Hij wil dat iedereen mee kan doen. Daarom helpt Sjef organisaties om hun taal en processen eenvoudiger te maken. Met zijn stichting ‘Huh? Wat bedoelt u?’ laat hij zien wat mensen nodig hebben om iets goed te begrijpen. Sjef kijkt, vraagt door en zoekt samen naar oplossingen die wél werken. Zo zorgt hij ervoor dat regels duidelijker worden en dat mensen niet vastlopen, maar juist vooruit kunnen.

Nieuwsgierige vogel Sjef staat voor duidelijkheid

Samengevat na een uur praten met elkaar: een nieuwsgierige vogel. Die van bovenaf alles overziend aanschouwt. En vervolgens van onderaf op basis van gewoon doen opbouwt. Een mereltje, zoals hij zelf zegt: “Een gewoon vogeltje dat gewoon z’n ding doet. En ineens opvalt als ie gaat fluiten. Dan denk je: ‘Hé, die merel zit er weer.’” Sjef Kuijsters. Oprichter van ‘Huh? Wat bedoelt u?’. Die van dat meldpunt voor onbegrijpelijke zaken. De samenwerkingspartner die staat voor duidelijkheid en eenvoud. In taal, in het proces, in alles.

Even voor de duidelijkheid: Huh? Wat bedoelt u? is een expertisecentrum met als doel om Nederland eenvoudig en toegankelijker te maken. Deze stichting helpt organisaties om samen te werken met inwoners, klanten, burgers, patiënten etc. Dat leidt tot participatie, toegankelijkheid en inclusie. De weg daarnaar toe is: eenvoud.

Samenwerking met Gorinchem

Sjef: “De gemeente Gorinchem had de nadrukkelijke wens om meer aandacht te hebben voor mensen die minder vaardig zijn. Dus moeite hebben met werken op de computer en lezen. En dat niet alleen bij die mensen neer te leggen, maar ook zelf te kijken hoe het duidelijker en eenvoudiger kan. Ik ben erg te spreken over de samenwerking die we zijn aangegaan. De connecties in het netwerk worden steeds sterker. We zoeken elkaar ook buiten de ISV-bijeenkomsten op. De lijntjes zijn kort. Lekker duidelijk.”

Nieuwsgierig

En daar houdt Sjef van. Van duidelijkheid, eenvoudig en helderheid. Hij is geboren in Raamsdonk, een dorpje vlakbij Breda. “Ik was altijd al nieuwsgierig. En heb moeite met dingen die in mijn ogen niet kloppen. Voorbeeld van dat laatste: vroeger hadden we 1 skelter op school. Iedereen wilde daar op. De sterksten wonnen altijd. Dat vond ik niet rechtvaardig. Die skelter zelf interesseerde me niet zo; wél dat iedereen erop kon. Iedereen een gelijke kans, dat was mijn ding.”

Aanschouwen-onderzoeken-doen

Hij vertelt ook dat hij als kind al veel om zich heen keek. Dat doet hij nog steeds, dat aanschouwen. Om te zien wat de dynamiek is, hoe de mensen met elkaar omgaan, wat de gewoonten en rituelen zijn, wat ieders positie is. Om vervolgens te gaan onderzoeken, bijvoorbeeld door vragen te stellen: ‘Je zegt dat je dit wilt, maar ik zie dat je precies het tegenovergestelde doet. Hoe kan dat? Leg me eens uit?’ Wat gaan we doen? En dan aan de slag met elkaar. Op een vrolijke manier.”

Geïnspireerd door vader

Daar heeft Sjef zijn beroep van gemaakt. Want zijn nieuwsgierigheid en gevoel voor rechtvaardigheid hebben geleid tot het opzetten van Huh? Wat bedoelt u? Alles wat hij gedaan had en wilde gaan doen, kwam samen in dat ene zinnetje. Hij wil bouwen aan iets moois, waar mensen blij van worden. Als afgestudeerd bestuurskundige (Erasmus/Rotterdam) deed hij veel onderzoek naar grote infrastructurele projecten en maatschappelijke uitdagingen. Geïnspireerd door zijn vader die staalconstructeur was en meebouwde aan de meest waanzinnige bouwwerken. “Zoals de staalconstructie van de overkapping van De Kuip en het enorme reuzenrad in de Engelse hoofdstad, Londen Eye”, vertelt Sjef trots.

Stem van kansarme mensen

Terug naar Huh: “Na tien jaar onderzoeken, ik was begin dertig, wilde ik wat ik allemaal had gezien inzetten om de wereld ook echt beter te maken. In plaats van aanbevelingen geven aanbevelingen uitvoeren. Om ervoor te zorgen dat de stem van kansarme mensen voor wie beleid wordt gemaakt, wordt gehoord. Met als startpunt dat wat zij niet begrijpen. En dat gaan verduidelijken, vereenvoudigen, versimpelen. En dat is af en toe nog best wel ingewikkeld.”

Huh is inmiddels uitgegroeid tot een beweging met een grote impact. Die de wereld begrijpelijker maakt. Zodat mensen weer kunnen (gaan) meedoen. Een bijzondere bijstand kunnen aanvragen. Of zich verbonden (gaan) voelen met hun omgeving. Zelf weet hij een beetje hoe dat is, je ‘verloren’ voelen, en buitengesloten. Het dorpse Raamsdonk verstikte hem, daar voelde hij zich altijd al anders.

Verloren voelen

Sjef: “Ik heb me moeten ontworstelen uit die dorpscultuur. Het eerste jaar in mijn vluchtoord Rotterdam was heel ingewikkeld. Daar was ik echt even de weg kwijt, en werd belachelijk gemaakt met dat Brabantse accent. Al de vertrouwde structuren waren weg, ik had geen houvast. Hoe werkt zo’n stad, hoe werkt zo’n universiteit, hoe werk ik eigenlijk? Via het lidmaatschap bij een studentenvereniging en door een rasechte Rotterdammer die me op sleeptouw nam, ging ik de stad meer begrijpen en me er thuis voelen.”

Hij gunt iedereen zijn eigen maatje die je de wegwijs maakt als je het niet begrijpt.  

PDF uploaden?

Sjef vertelt zichtbaar geraakt wat er allemaal fout kan gaan als de taal en de processen niet duidelijk zijn. Hoe mensen die niet digitaal vaardig zijn, of bijvoorbeeld geen bankrekening hebben, niet kunnen voldoen aan de voorwaarden die bijvoorbeeld een uitkerende instantie stelt. Simpelweg omdat de procedures te ingewikkeld kunnen zijn. Zoals het uploaden en doorsturen van een digitaal document zoals een PDF.

Eén Huh-momentje

Hij hoort veel van dat soort verhalen en vertelt trots: ”In Breda is het gelukt. Daar kan iedereen op welke manier dan ook zijn bankgegevens of zijn inkomensgegevens aanleveren. Of dat nou via een printscreen via Whatsapp is, een PDF die mensen aan de balie afgeven of tijdens een persoonlijke afspraak. Een geweldig resultaat dat begon met één Huh-momentje…”

Robbert Boonk nieuw bestuurslid Biblionef

Lees over de bijzondere ontmoeting tussen Fijnland en Robbert Boonk. Hij vertelt over zijn start als nieuw bestuurslid van Biblionef. Deze organisatie wil kinderen overal ter wereld laten genieten van lezen, omdat dit de basis legt voor hun toekomst.
Robbert heeft een diverse achtergrond, waaronder rollen als trainer, spreker, manager, vernieuwer, consultant, lezer, vader en auteur. Hij gelooft dat onderwijs cruciaal is en is enthousiast om een bijdrage te leveren via Biblionef. Hij is van plan om te helpen met marketing, communicatie en personeelsbeleid.

Een match made in Den Haag

Biblionef heeft een nieuw bestuurslid aan boord en verwelkomt Robbert Boonk hartelijk. “Onderwijs”, zegt hij, “is misschien wel de belangrijkste functie in de maatschappij. Dat ik daar via Biblionef aan kan bijdragen, is geweldig.”  

Het is een match made in Den Haag, de samenwerking tussen Robbert en Biblionef. Door zijn diverse achtergrond heeft hij echt alles in huis om Biblionef en de leerkrachten die de boeken ontvangen te stimuleren en te faciliteren om het beste uit boeken te halen voor kinderen.
Hij vertelt over zijn achtergrond: “Ik kom uit Eindhoven, daar heb ik commerciële bedrijfskunde gedaan en economie aan de HEAO. Mijn eerste banen waren in de marketing: van assistent productmanager tot marketingmanager. Daarna ben ik zelfstandig adviseur op het gebied van marketing en management geworden voor veel verschillende organisaties: van de politie tot het onderwijs.”

Oprichten-verkopen

Hij werd ook gevraagd om trainingen te geven aan professionals, met name op het gebied van marketing en businessplanning. “Het opleidingsinstituut waarvoor ik dat deed, het IMMO, heb ik gekocht. Dat was een relatief klein bureau. Van daaruit hebben een compagnon en ik het Opleidingshuis/Flexhuis opgericht om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt op te leiden in opdracht van het UWV, gemeenten en integratiebedrijven. Die detacheerden we vervolgens via het Flexhuis. We groeiden uit tot 10 vestigingen in het midden en zuiden van het land met zo’n 200 mensen in dienst. Begin 2000 heb ik mijn aandeel daarin verkocht om samen met een vriend de arbodienst Stimulanz te beginnen. Ook mijn aandeel daarin verkocht ik, in 2010, om de overstap te maken naar interim-manager in het onderwijs (directiefuncties bij diverse opleidingsinstituten).”

Het onderwijs

Wat trekt je zo aan het onderwijs? “Het is een hele leuke, levendige en interessante wereld, met over het algemeen heel betrokken en enthousiaste docenten. Die hebben echt hart voor wat ze doen. Onderwijs is misschien wel de belangrijkste functie in de maatschappij en daar moet voldoende in worden geïnvesteerd. Vooral het ministerie en de inspectie mogen meer open staan voor innovatie. Er zijn veel verschillende vormen van onderwijs die succesvol en interessant kunnen zijn.”

Sympathiek en belangrijk doel

Hoe is Robbert bij Biblionef terecht gekomen? “Ik ben oprichter en voorzitter van de Schrijverstafel in Den Haag. De partner van een van onze leden is de voorzitter van Biblionef Nederland. Toen er in november 2023 een plekje vrij kwam aan de bestuurstafel, dachten ze aan mij. Ik hoefde daar niet lang over na te denken! Ik vind het een ontzettend interessante organisatie met een heel sympathiek en belangrijk doel.”

Leesplezier vergroten

Wat pakt hij graag op voor Biblionef? “Vooralsnog houd ik me bezig met wat er voorbijkomt. Ook denk ik mee over marketing/communicatie. Personeelsbeleid voor vaste mensen en de vrijwilligers zie ik ook als een belangrijk aandachtsgebied. ‘Vernieuwing’ zit in mijn bloed. Dus ik kijk met een innovatieve blik naar de projecten en mogelijkheden. Denk aan nieuwe samenwerkingsverbanden met andere organisaties. Plus: opleidingsmogelijkheden voor docenten en andere betrokkenen in de landen waar Biblionef de boeken levert. Hoe die het beste kunnen omgaan met de methodes die ze ontvangen. Alles om het leesplezier van kinderen te vergroten. Dat is het doel.”

Lezer en schrijver

Robbert leest zelf graag, en als hij de tijd ervoor heeft, veel. “Van kinds af aan al. Ik las de boeken die mijn oudere broer meenam uit de bibliotheek. Soms kon ik niet stoppen en las een hele nacht door. Mijn lievelingsboek is Le Roi Vert, de Groene Koning, van Paul-Loup Sulitzer. Een echte aanrader. Het is ongelooflijk belangrijk om jezelf te ontwikkelen en lezen maakt je wereld zoveel groter. En interessanter. Het verrijkt je leven. Dus ook al heb ik het druk: ik verplicht mezelf elke dag minimaal een uur vrij te plannen om te lezen. Daarnaast schrijf ik ook graag, onder meer blogs. Over wat er in de wereld gebeurt en wat ik daarvan vind.”

Jurriën van der Veer: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Een koninklijke kennismaking tussen Fijnland en auditor Jurriën, werkzaam voor BrabantVerkeersveiligheidsLabel (BVL). Hij werd volledig om de tuin geleid en compleet verrast. BVL dankt hem hartelijk voor zijn inzet voor en betrokkenheid binnen de organisatie sinds 8 juli 2002. Van harte gefeliciteerd met de koninklijke onderscheiding namens Fijnland en BVL.

Volledig verrast

Hij dacht dat hij naar de uitreiking van een lintje aan Ajran van Bakel ging. Mooi niet. Hij dacht dat een van zijn kinderen op vakantie in het buitenland was. Echt niet. Ze zaten gewoon op de camping in Nederland. Hij dacht dat zijn vrouw met twee kleinkinderen naar het ziekenhuis ging. Dûh! Ze stonden er allemaal, de hele familie. In het gemeentehuis in Oss op vrijdag 26 april. Voor de uitreiking van niet zomaar een koninklijke onderscheiding, maar Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
“Achteraf…”, zegt Jurriën, “achteraf had ik misschien wel iets kunnen vermoeden. Waarom was ik bijvoorbeeld niet gevraagd om een aanbevelingsbrief te schrijven voor Arjan? Waarom bleven we een rondje rijden voor het gemeentehuis terwijl er plek genoeg was om te parkeren? Waarom vroeg mijn vrouw of ik niet toch meewilde naar het ziekenhuis, terwijl ze wist dat ik weg moest?”

En het bleef niet bij die ene verrassing die dag. Toen hij eenmaal in de gaten kreeg dat hij onderscheiden zou worden, bleek het ook nog eens om een ridderschap te gaan. En toen hij even later een goede vriend van vroeger in Oss tegen het lijf liep op weg naar de lunchlocatie en dacht ‘Hé jij hier?’, kon hij niet vermoeden dat die hele gelegenheid vol zat met wel vijftig vrienden en kennissen: “Was ik er weer ingetuind. Knap hoor, hoe ze het allemaal verborgen hebben weten te houden voor me.”

Verschil Ridder en Lid

Bron lintjes.nl: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau is de vijfde graad in de orde. Bij personen die worden benoemd tot Ridder gaat het doorgaans om verdiensten met een regionale of zelfs landelijke uitstraling en betekenis. Dit in tegenstelling tot de graad Lid waar het vooral gaat om personen die lokaal verdienstelijk zijn (dus binnen de gemeentegrenzen).

Aanbevelingsbrieven

Het was zijn dochter Lonneke die de aanvraag heeft ingediend, in 2023. Kort samengevat gaat dat als volgt. Zijn zoon is in zijn dossiers (Jurriën: “Ik bewaar alles op papier.”) gaan rondneuzen wat hij allemaal heeft gedaan. (Jurriën: “Ook daar heb ik niets van gemerkt trouwens.”) Dat heeft zijn dochter gestuurd naar de gemeente Oss. Daar beoordelen ze of de aanvraag kans maakt. Daar kwam groen licht op. Daarna is ze aanbevelingsbrieven gaan verzamelen die de aanvraag ondersteunen. Van de provincie Noord-Brabant (geschreven door BVL-projectleider Rian Snijder), van jeugdtheater Spons, van Stichting de Betuwse Jeugdkampen, van Stichting Maasmeanders en van Veilig Verkeer Nederland afdeling Maasland. Ze schreven allemaal prachtige brieven over de vrijwillige werkzaamheden die Jurriën de afgelopen decennia heeft verricht: mooie woorden en veel anekdotes.

Iedereen roemt zijn inzet, betrokkenheid, creativiteit, professionaliteit en bevlogenheid. Zelf is hij wat nuchterder en ook een tikkie bescheiden: “Ik ben wel vereerd, maar zie mezelf meer als een etiket voor al die vrijwilligers die het werk doen. En dat meen ik echt, want zonder de vrijwilligers kan ik ook niks.”

Van Sinterklaas tot voorzitter

Zijn eerste vrijwilligersbaantje was de redactie van een tennisblad. Als Jurriën begint op sommen wat hij daarna allemaal heeft gedaan, lijkt er geen einde aan te komen. Van kampleider tot bigband-lid tot kok tot muziekleraar tot Sinterklaas tot voorzitter tot BVL-auditor tot subsidie-aanvrager tot adviseur tot bedenker van theatrale workshops… de lijst taken en werkzaamheden is lang en divers.

Niets doen is saai

Op de vraag wat hem motiveert om – voorheen ook naast zijn fulltime baan als communicatie/PR-man bij de centrale van scholengroep Het Hooghuis in Oss – zoveel tijd en energie te steken in al zijn vrijwilligerswerk, zegt hij: “Als ik niets doe, vind ik het saai. En: het enthousiasme van mensen, ik herken daar mezelf in.”

Hij ging op zijn 62ste met pensioen en bleef daarna gewoon door vrijwilligerswerken. Het ene netwerk kwam hem goed van pas bij een andere organisatie. En omdat hij elders ervaring als bijvoorbeeld projectleider had opgedaan, kon hij die expertise inzetten voor weer een andere stichting. Zoals voor de stichting NAH4US in Oss (NAH staat voor niet-aangeboren hersenletsel), waarvan hij inmiddels ook voorzitter is geworden.

Jurriën is nu 70 jaar, met een agenda vol vrijwilligerswerk en hij is ook nog eens opa van bijna het zevende kleinkind. Van stoppen geen denken aan, “zolang de gezondheid het toelaat.” We spreken hem daags voordat hij met zijn camper op vakantie gaat, maar niet nadat hij op die vertrekdag eerst nog even een Label uitreikt op de Internationale School in Breda.

Cheque van de koning

Nog even terug naar de onderscheiding, verpakt in een mooi kistje. Het gaat om een oorkonde lintje met een medaille eraan. Jurriën weet zich er nog niet helemaal goed raad mee. Er zijn duidelijke richtlijnen wanneer je wat wel en niet mag dragen, en hoe, maar hij heeft lintje het nog niet op zijn colbertje gespeld. “Vrienden zeggen me, doe dat nou komend weekeinde, tijdens de viering van het vijftienjarig bestaan van de NAH-organisatie. Dat is een mooie gelegenheid.’ Ik weet het nog niet. Het is niet iets waarmee ik wil pronken ofzo. Ik wacht trouwens nog wel steeds op de cheque van koning Willem-Alexander.” Een schaterlach 🙂

Ervaringsdeskundige Vicky Bergman

Het was een eer voor Fijnland om zo’n indrukwekkend verhaal te mogen beschrijven. Lees hoe Vicky als zogenoemd ‘vuilnisbakkind’ de kracht vond om niet alleen hulpverlener, maar ook hoopverlener te zijn: een vrouw met niet langer een rugzak, maar waardevolle ervaring, die zij deskundig inzet voor haar stichting Samen één.

Van hopeloos naar hoopverlener

Het is geen gemakkelijke openingsvraag om te beantwoorden: Wie ben je en wat drijft je? Maar Vicky Bergman heeft er geen enkele moeite mee en brandt meteen los: “Gebruik er maar van wat je nodig hebt, dit is mijn verhaal.” 

Haar lievelingscijfer is een 8. Dat staat op Vicky’s been getatoeëerd. Bij een 8 komt alles weer bij elkaar, weer samen. Vicky zette de stichting Samen één op. Een plek waar eigenlijk alles samenkomt als het gaat om welzijn voor de Gorcumers. Ze werkt daarvoor met iedereen samen, van de gemeente tot Rozenobel, met huisartsen tot stichting Boukie. Met als doel: ruimte creëren voor de medemens door het leggen van contacten, adviezen geven of steun bieden. Samen één is een centrale plek voor mensen in nood waar ze een helpende hand krijgen. Het soort hand die Vicky zelf zo hard nodig heeft gehad. 

Boek ‘Doorbroken taboes’

Dit artikel is qua ruimte veel te beperkt om Vicky d’r hele verhaal in kwijt te kunnen. Dat hoeft ook niet, want ze heeft een boek geschreven: ‘Doorbroken taboes’. Dat is in de winkel te koop. Het boek gaat over een meisje, een jonge vrouw. Seksueel misbruik, kinderporno, extreem geweld, ontvoering, een sekte. Een autobiografisch boek over Vicky zelf, want het gaat over wat ze allemaal heeft meegemaakt. Het is ook een hulpboek over hoe zij ontstane persoonlijkheidsstoornissen overwon en ervaringsdeskundige werd.

 Het begon bij het begin al eigenlijk helemaal verkeerd. Haar moeder wilde, na een dochter, graag een zoon. Maar kreeg een tweeling onder wie een meisje, Vicky. Op jonge leeftijd werd ze al misbruikt (niet door haar vader, die was juist wel heel lief tegen haar), waardoor ze ging dissociëren. Haar moeder vond haar maar een rare, en schaamde zich voor Vicky. Haar ouders gingen scheiden toen ze acht was. Armoede. 

Vuilnisbakkinderen

“Ze noemden ons vuilnisbakkinderen. We zwierven over straat. Ik heb zelfs kattenbrokken gegeten. Met haar nieuwe Afrikaanse man kreeg mijn moeder ook nog kinderen, dat waren halfbloedjes. Mijn halfzusje heet Fatou maar men noemde haar vaatdoek, dus ja, ook discriminatie.” 

En het duurt nog wel even voordat het beter wordt. Op haar achttiende kreeg ze een flatje en werd pleegmoeder voor haar (half)zusjes -en broers. Maar ze haalde ook de verkeerde mensen in huis. Ze vluchtte voor een crimineel, naar Israël, kwam daar in een sekte terecht. Weer gevlucht, gehersenspoeld, Amerika, weer een sekte, misbruikt…

Wit huis

Lang verhaal kort: op haar dertigste kwam Vicky terecht in een blijf-van-mijn-lijfhuis in Nederland. Daar vroeg een hulpverlener haar: ‘Wie ben jij en wat wil jij?’ “En toen stond alles stil. Wat wil ik? Ik wil leren wat het is om van mezelf te houden. Ik wil weten wie ik ben. Ik wil niet meer bang zijn. Niet meer vluchten. Ik wil gelukkig worden of zijn. Toen ben ik begonnen om hulp te zoeken: van opname tot therapie. En ik had vrijwel direct een wens: een wit huis, van waaruit ik mensen kan helpen.”

We slaan een heleboel en een lange periode in tijd en ervaringen over. Vicky is nu 54 jaar, 22 jaar gelukkig getrouwd en heeft een zoon van 18. Vlak voordat haar moeder stierf, hadden ze nog een goed gesprek. En haar vader is na een tijd afwezigheid ook weer terug in haar leven. De vriendin die ze had toen ze vijf was, Anita, is nog steeds haar beste vriendin. En Stichting Samen één is sinds 2019 gevestigd aan de Voermanstraat 2 in een… wit huis.

Hoopverlener

De vraag die die ene hulpverlener destijds stelde, waar ze toen geen antwoord op had, beantwoordt ze nu met: “Wie Vicky is? Liefde. Liefde in mezelf. Ik voel zoveel liefde. Ook om mensen hoop te geven. Van daaruit ben ik een hoopverlener. Ik verleen hoop. Ik voel mij een wandelend, levend boek. Een hoopvol boek. Een good movie eigenlijk.”

Hoop betekent voor Vicky: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. “Dus elke dag probeer ik er iets moois van te maken. En elke dag is een nieuwe dag. Met nieuwe kansen. Zit je ergens mee? De eerste stap is om te gaan praten. Vertel je verhaal aan iemand die je vertrouwt. Kom je bij mij? Dan zal ik je dezelfde vraag stellen als de vraag die mijn leven ten goede op z’n kop heeft gezet: Wie ben je en wat wil jij?”

Regioarcheoloog Ria Berkvens

Fijnland in gesprek met Ria: schatzoeker en verhalenverteller. Haar missie is om echt te vertellen wat er in de oudheid heeft plaatsgevonden, gebaseerd op vondsten uit de grond. Voor de gemeente betekent het laten zien wat er in het fundament zit: een basis die inspireert.

Ondergrondse rijkdom

Van een vaas tot een compleet tinnen servies; van een volledige nederzetting tot een ezelgraf; wegen, menselijke resten, bruggen… uit de ijzertijd, de Romeinse tijd, de Tachtigjarige Oorlog. De ondergrondse wereld herbergt schatten van klein tot groot. En allemaal even belangrijk. Enerzijds om rekening mee te houden bij vergunningverlening; anderzijds vanwege de bijzondere verhalen die ze vertellen. We nemen een duik in de wereld van Ria Berkvens en halen met haar naar boven wat onder ons verscholen ligt.

Opgraven zelf doet ze nog zelden, maar ze heeft nog steeds een neusje voor het vinden van ondergrondse schatten. Haar ervaren oog ziet tijdens een bezoek aan opgravingen af en toe grondsporen en verkleuringen die anderen ontgaan. En dan gaat de schep weer dieper de grond in. Ria Berkvens is sinds 2007 regioarcheoloog voor de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. In die functie adviseert ze 16 gemeenten in ons werkgebied. Vijf daarvan hebben een eigen gemeente/stadsarcheoloog: Eindhoven, Helmond, Eersel, Laarbeek en Gemert-Bakel. Dat zijn collega’s met wie ze regelmatig samenwerkt. 

Muntschatten

Een achtergesteld gebied waar niets te vinden valt? Zo staat onze regio bekend. Niet dus, weet Ria. “Ik stel dat beeld bij tijdens lezingen. In elke gemeente hier vinden we Romeinse nederzettingen. Die beschaving zit dus gewoon in onze basis. En nog zo’n fabeltje. Over de vroege, donkere middeleeuwen. Met inderdaad sporen van volksverhuizingen. We hebben ook muntschatten gevonden die erop duiden dat dit destijds een rijk gebied was.” De geschiedenis herschrijven, nee. Maar wel vertellen over wat zich werkelijk heeft afgespeeld in de oudheid op basis van de vondsten in de grond. Dat ziet Ria als haar missie. 

Bestemmingsplannen

Ook al valt dat niet onder haar functieomschrijving. Ria werkt als een soort regisseur, die aangeeft waar archeologische onderzoeken moeten worden uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke ordening. Ze is hierbij een direct verlengstuk van meerdere gemeenten in de regio. Archeologie is de wetenschap waarbij je onderzoek doet om kennis te kunnen vergaren en toetsen. Die taak is met de Wet op de archeologische monumentenzorg uit 2007 bij gemeenten neergelegd. Omgevingsdiensten verlenen vergunningen en houden toezicht op milieuregels en de leefomgeving, waaronder erfgoed. Ria controleert vooral bestemmingsplannen en toetst archeologische rapporten. Ook houdt ze toezicht op het archeologisch veldwerk. En maakt zogenaamde archeologische erfgoedkaarten voor de gemeenten. Die vormen de onderleggers voor de bestemmingsplannen. “We hebben ongeveer 70% van de ondergrondse wereld in kaart gebracht”, vertelt ze.

Advies geven

Verder adviseert Ria op aanvraag over beleid of over concrete bouwplannen en vergunningen. “Een groot deel van de vondsten liggen ondergronds goed. Hout, metaal en textiel bijvoorbeeld zijn bovengronds moeilijk goed te houden. Conserveren vraagt veel tijd en geld. We laten ze dan liever liggen tot later, als er misschien veel betere technieken zijn ontwikkeld. Andere vondsten graven we op, bijvoorbeeld omdat ze in de weg liggen bij de bouw van woningen. Of omdat ze zó bijzonder zijn dat we ze willen laten zien aan het grote publiek. En soms is het advies om ergens niet te bouwen. Bijvoorbeeld in de gemeente Bergeijk. Daar zijn nieuwbouwplannen op een plek waar vroeger een middeleeuwse kerk heeft gestaan en een begraafplaats lag. Het kost veel geld om de resten van die middeleeuwse begraafplaats op te graven. En de dichtheid van de ondergrondse vondsten is dusdanig, dat je daar niet ‘archeologievriendelijk’ kunt bouwen, bijvoorbeeld op palen.” 

Terug naar de verhalen. Ria, die overigens kunstgeschiedenis en archeologie studeerde: “Wat we vinden, vertelt een verhaal. Zoals dit verhaal uit de Tachtigjarige Oorlog. Door onze vondsten weten we dat mensen waardevolle spullen hebben verstopt om te voorkomen dat ze werden geroofd. We vonden vorig jaar in Heeze een compleet tinnen servies met kandelaars, 20-delig. Puntgaaf. Niet gedumpt maar voorzichtig gestapeld, verborgen, in een waterput. Omdat wij het servies zo aantroffen, is het toentertijd dus niet gevonden.”

Historie in 3D

Ria’s oproep: “Eigenlijk moet elke gemeente een eigen archeoloog hebben. Het is namelijk belangrijk dat je archeologische kennis hebt van je gebied. Niet alleen in het kader van de vergunningverlening. Doe iets met de resultaten van archeologisch onderzoek. Breng iets van beneden terug naar boven. Laat als gemeente zien wat er in je fundament zit, wat jouw basis is. Verbeelding die inspireert. Zoals in Oirschot. Daar zijn onder de bouwgrond van Hof van Solms serviesborden gevonden. Die worden nagemaakt en komen terug in de gevels van de nieuwbouwwoningen.

Ander voorbeeld: in Mierlo is een weiland, waar koeien staan. Niets bijzonders zou je denken. Maar dat weiland is aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument. Want het is het voormalige kasteelterrein met restanten van Kasteel Mierlo, dat dateert uit de late middeleeuwen. Daarvan is een 3D-visualisatie gemaakt, bestaande uit 5 filmpjes. Over onder meer de historie en bewoners, de heksenvervolging en het verval. Zo komt het kasteel weer een beetje terug in het landschap. En geef je de mensen waardevol historisch besef mee en inzicht in de eigen identiteit en binding met de gemeenschap.”

Bob Hutten laat niets aan de verspilling over

Voedselverspilling tegengaan: dat is zijn missie. Fijnland ging met hem in gesprek over De Verspillingsfabriek die hij oprichtte. In deze fabriek krijgen misvormde of afgekeurde groenten een tweede leven als smakelijke soep, saus of stoof. Hutten laat zien dat je met slimme keuzes verspilling kunt voorkomen en toch kwaliteitsproducten kunt maken. Zo bewijst De Verspillingsfabriek dat imperfect voedsel waardevol is.

‘Ik wil dat niemand in de wereld nog honger heeft’

Of het lekker is? De soep van geredde pompoenen is heerlijk. Je proeft aan niets dat die is gemaakt van geredde groenten, afgedankt omdat ze ergens een deukje hadden of anderszins misvormd waren. Dat geldt voor álle soepen, sauzen en stoof die De Verspillingsfabriek in Veghel verlaten. In flessen, zakken of emmers. Naar onder meer supermarkten, cateraars, ziekenhuizen en Schiphol. Het zijn hoogwaardige, smakelijke producten. Voedzaam voor het lichaam én voedzaam voor de geest, als je duikt in het concept dat eraan ten grondslag ligt.

De Verspillingsfabriek herbestemt voedsel dat oorspronkelijk was bedoeld voor mensen om te eten (A) tot menselijk voedsel (C). De tussenstap B is de stap die Bob Hutten zet: groente ‘redden’ die anders in de afvalbak verdwijnt. Gewoon omdat die misvormd, te klein of fout van kleur is, of een buts, put of andere misvorming heeft. Zo gaat cateraar Bob Hutten de verspilling van voedsel tegen. Hij is een ondernemer, een idealist en een ambitieus man die het personage Zorro als zijn held ziet: behendig en slim, strijdbaar en rechtvaardig. Tegen welk onrecht Bob Hutten strijdt? “Niemand meer honger, dat is wat ik wil. En dat kan, want er is voedsel genoeg. Mits food food blijft en niet als feed (diervoer) gaat dienen én mits we stoppen met verspillen. ‘We’ gooien alleen in Nederland al ter waarde van € 5 miljard eten weg.”

‘Niemand meer honger, dat is wat ik wil. En dat kan, want er is voedsel genoeg.’

Imperfectie

Het ruikt in de gangen van De Verspillingsfabriek naar ketchup, een geur die reikt tot ver over de parkeerplaats. Hutten loopt langs stapels kratten vol kontjes en kopjes van tomaten, de restanten uit de voedselketen waarmee het allemaal begon. Hij kijkt zelf nog steeds met verbazing naar het krat wortels waar hij er eentje uit pakt: “Zie jij nou wat er mis mee is? O ja daar, een putje. En hier, die uien, een klein stukje bruin op de schil.” Met dat soort groenten ligt zijn fabriek vól: er komt 1,5 miljoen kilo per jaar binnen vanuit alle hoeken en gaten van de voedselketen: van aardappelboeren tot veilingen. Dat aantal neemt jaarlijks fors toe. Na verwerking gaat er ongeveer evenveel als soep, saus of stoofgerecht de deur uit. Want in De Verspillingsfabriek verspillen ze praktisch niets. Hutten: “Imperfectie is het nieuwe perfect. Ook op de etage boven de fabriek, waar onder meer de receptie en kantoren huizen: alles wat hier staat moet verspild zijn. Van het hout waarvan de wanden zijn gemaakt tot de zitjes voor het bezoek.”

‘Iets hoogwaardigs maken van iets dat als laagwaardig wordt gezien’

4001ste generatie

Hutten: “Ik ben op de wereld de 4001ste generatie en heb flink nagedacht over de vraag wat we ‘hier’ komen doen. Leven betekent voor mij dat je je talent mag ontdekken, kan ontplooien en inzetten. Als cateraar heb ik verstand van eten. Ik maak me druk over verspilling van voedsel en verspilling van talent. De Verspillingsfabriek is mijn antwoord daarop: iets hoogwaardigs maken van iets dat als laagwaardig wordt gezien. Dát dat kan, hebben we nu op de kaart gezet. En dat het gebeurt door te werken met mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt, vind ik zelf nog wel het meest innovatieve aan onze aanpak. Want ook talent willen we niet verspillen.” 

Een hit

Even terug naar het begin, 2012. Bob Hutten spreekt tijdens een congres waar pijnlijk duidelijk wordt hoeveel voedsel er wordt verspild in de wereld. (Cijfers van nu: 35% van al het voedsel, wereldwijd.) Hij presenteert daar tien ideeën om verspilling tegen te gaan: één daarvan is supermarkten bevoorraden met producten die gemaakt zijn van rest- en bijstromen uit supermarkten. De pilot die Hutten deed onder andere samen met Toine Timmermans, programmamanager duurzame voedselketens van de Wageningen Universiteit bij 14 supermarkten, is een succes. Ze pakken meteen door en in 2016 is De Verspillingsfabriek een feit. Uiteraard waren er veel hobbels en bobbels op weg daar naartoe, onbekend maakt onbemind. Maar het is verspilde moeite om daarop in te gaan. Veel belangrijker: de allereerste Verspillingsfabriek in de wereld staat als een huis. Was het een creatief idee? Het was in elk geval nieuw. En een hit, met een aantrekkende werking die nog steeds wekelijks groepen geïnteresseerden uit binnen- en buitenland trekt die de fabriek bezoeken voor een rondleiding. 

‘Imperfectie is het nieuwe perfect’

Gamechanger

De Verspillingsfabriek vormt inmiddels de basis voor een alweer veel groter plan met als ambitie: een nieuw systeem om voedselverspilling tegen te gaan. Hutten licht dat graag toe: “Verspilling is overal ter wereld. Er wordt ook overal nagedacht over hoe je verspilling kunt voorkomen en verminderen en als dat niet lukt, hoe je rest- en bijstromen kunt verwaarden. Maar dat gebeurt fragmentarisch. We moeten komen tot een gestructureerd systeem. De Verspillingsfabriek staat aan de basis daarvan, is een gamechanger die de noodzaak daarvoor geloofwaardig heeft gemaakt. We moeten onze kennis en energie bundelen en slim samenwerken.”

06-nummer Barack Obama

Daartoe zijn begin 2019 de krachten van meer dan 60 bedrijven en organisaties, waaronder het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Rabobank en Brainport Tech, gebundeld onder de paraplu van de stichting Samen Tegen Voedselverspilling. Het doel: Nederlandse bedrijven, organisaties, wetenschappers, overheden én consumenten komen samen in actie om in 2030 voedselverspilling met de helft te verminderen in de gehele voedselketen, van grond tot mond. Het middel: het opzetten van dat nieuwe systeem, inzicht krijgen in de mate van verspilling, het opstellen van nieuwe spelregels hoe je verspilling moet tegen gaan en bedrijven en consumenten leren hoe zij daaraan kunnen bijdragen. Wat zou helpen om dit initiatief een boost te geven? Hutten: “Ik wil eigenlijk gewoon Barack Obama als ambassadeur hiervoor, zijn vrouw Michelle is trouwens ook goed 🙂 Dus als iemand zijn 06-nummer weet?”